Zuilen van zelfstandige gemeente tot stadswijk, Deel 248

Zuilen eert zijn gevallenen Deel 15

Naar aanleiding van de tentoonstelling Zuilen in de Tweede Wereldoorlog, die 4 mei jongstleden door burgemeester J. van Zanen geopend werd, schrijf ik gedurende deze tentoonstelling over Zuilense slachtoffers van die oorlog.  Vandaag het stuk - met bijbehorende foto - dat de heer Pasman schreef over razzia's in Zuilen:

De razzia’s in het najaar van 1944.

Oosthoek’s encyclopedie geeft als uitleg van het woord „razzia”: „een door de politie georganiseerde onverwachte drijfjacht om een stad te zuiveren van gespuis”. Met uitzondering van de 30.000 Nederlandse vrijwilligers en de 100.000 N.S.B.-ers waren dus de overige 9 miljoen Nederlanders volgens de Duitse opvattingen „gespuis”.

In strijd met het volkenrecht werden de mannen van de straat en uit de huizen gesleurd en ingezet bij de beruchte „Arbeits-einsatz”. Het was in diezelfde tijd, dat de nog overgebleven Nederlandse kranten verontwaardigde stukjes publiceerden over de gemene Russen, die, in strijd met het volkenrecht, de mannelijke bevolking wegvoerden als dwangarbeiders naar het Sovjet paradijs.

Uit dankbaarheid voor de bescherming, die de moffen ons boden, moesten wij medehelpen om een nieuw Europa te vestigen. Zij noemden het Neuropa. Een naam, uitgedacht door verdwaasde teutonenkoppen.

Nu, slechts drie jaar na de bevrijding, kunnen wij ons nauwelijks voorstellen, dat we op de openbare weg niet veilig waren en elk ogenblik gevaar liepen gedeporteerd worden.

In Zuilen vond de eerste razzia plaats op 15 oktober 1944. Vroeg in de morgen hadden de Duitsers bekend gemaakt, dat niemand zijn woning mocht verlaten. De mannen van 18 tot 40 jaar moesten zich vóór hun woning opstellen.

De mannen, woonachtig aan de Van Tuyllkade en Daalseweg, verstopten zich in de greppel op het land aan de Van Tuyllkade. Ongelukkigerwijze kwam de Zuilenaar J Peffer te vroeg tevoorschijn en werd door de Duitsers neergeschoten. Clandestien werd hij op een zolderschuitje vervoerd naar het ziekenhuis. Medische hulp mocht echter niet meer baten en hij overleed reeds de volgende dag.

G.J. de Boer was werkzaam bij de P.T.T. in de Lage Weide. Onder de illegale werkers waren velen die niet voor hun werk geschikt waren. Er waren erbij, die niet weinig trots waren, wanneer zij één of meer illegale krantjes hadden verspreid. Zij voelden zich hele pieten en verloren de voorzichtigheid uit het oog. Het illegale werk heeft juist door deze „werkers” ontzettend veel slachtoffers geëist.

G.J. De Boer was echter uit het goede hout gesneden. Zelfs zijn naaste omgeving wist niet wat hij deed om de goede zaak te dienen. Het heeft ons dan ook veel moeite gekost om te ontdekken waarom de S.D. hem zocht.

G.J. De Boer pleegde sabotage op grote schaal. In de zomer van 1944 moest hij onderduiken. De Duitsers die zochten, visten tot driemaal toe achter het net. Toen de razzia’s begonnen, was De Boer met zijn gezin ondergedoken in Zeist. De Boer meende nog te kunnen ontsnappen, maar werd door de niets en niemand ontziende schoften neergeschoten.

Deze stille, bescheiden man, die ook een goed huisvader was, was niet meer. Hij gaf zijn jonge leven, opdat wij in vrijheid zouden leven.

Fotobijschrift:

G.J. De Boer, geboren: 20 juni 1906 en overleden: 28 oktober 1944.

 

Terug naar overzicht