Zuilen van zelfstandige gemeente tot stadswijk, Deel 254

Zuilen eert zijn gevallenen Deel 21

Naar aanleiding van de tentoonstelling Zuilen in de Tweede Wereldoorlog, die 4 mei jongstleden door burgemeester J. van Zanen geopend werd, schrijf ik gedurende deze tentoonstelling over Zuilense slachtoffers van die oorlog. Tot nu toe was dat vooral de tekst zoals de heer Pasman die schreef in zijn boekje: Zuilen eert zijn gevallenen.

Echter, het boekje van de heer Pasman werd uitgegeven bij de onthulling van het verzetsmonument. Toen waren daar dan ook de achttien personen op vermeld die in het boekje staan. Dat gebeurde in 1949.
Inmiddels zijn er bij het monument een negentiende en twintigste naam bijgeplaatst: S. Innikel en D. van den Brink.
De naam S. Innikel staat er al sinds november 1949 bij, D. van den Brink werd medio 2016 bijgeplaatst. Over hem leest u verderop in dit boekje. 
Over S. Innikel kon ik u in eerste instantie niet zo uitgebreid informeren, omdat in het boekje waarin de achttien eerder genoemde Zuilenaren geëerd worden deze naam niet voorkwam.
Het eerste wat ik te weten kwam over S. Innikel (ondanks diverse telefoontjes met de gemeente Utrecht afdeling monumenten) is datgene wat over S. Innikel in het archief van de heer Cees Rosenbrand staat: Hubert Duyfhuysstraat 4, ‘onderduik adres’.
Dat was zoals u zult begrijpen wat te mager. Dankzij uitgebreide medewerking van in het bijzonder de heer Stolk ben ik inmiddels het volgende te weten gekomen:
Sjerk was de middelste zoon van de heer en mevrouw Innikel uit de Hubert Duyfhuysstraat 4. Nadat hij de lagere school had doorlopen ging hij zijn vader die een woninginrichting, behangerij en stoffeerderij had, helpen in de zaak. Hij heeft ook enige tijd gewerkt bij de heer Plantinga die een bakkerij had in de Swammerdamstraat. (De latere bakkerswinkel van Molenbeek.)
Sjerk was zijn vaders rechterhand. Hij woonde nog bij zijn ouders thuis. Eén van de hobby’s van Sjerk was banjo spelen samen met zijn vrienden. Ook mocht hij graag gaan zeilen met zijn zeilboot die gestald werd bij Manten in Loosdrecht.

Mevrouw Sytske Innikel-Vellinga was in Zuilen onder andere een ‘pleegouder’ voor de Landelijke dienst voor hulp aan Onderduikers (L.O.). Zij heeft ook als koerierster aan het verzet meegewerkt, en bracht bijvoorbeeld etenswaren en valse bonkaarten naar onderduikadressen. Zij werd daarvan door de bezetter wel verdacht, maar was niet te pakken te krijgen. Daarop besloot de bezetter het over een andere boeg te gooien en arresteerde haar zoon Sjerk. (De heer Pasman zou het relaas hier waarschijnlijk hebben becommentarieerd met ‘de schoften’, maar hij heeft de oorlog wel meegemaakt en ik niet, dus ik onthoud me van commentaar.) 
Sjerk werd tewerkgesteld via de arbeidsinzet bij een bakker in Duitsland. De echtgenote van deze bakker was een Nazi. Aan het eind van de oorlog zag de bakker wel in dat het fout ging en hij zorgde voor valse papieren waarmee Sjerk naar huis kon. Met medewerking van het Vleutens verzet is hij ondergedoken bij een vee transporteur in Vleuten. Deze man liet hem werken en verplichtte hem op zekere dag mee te gaan naar de veemarkt in Utrecht, onder de dwang dat de boer zijn moeder zou verraden indien hij niet meewerkte.
Omdat Sjerk wist dat er nog vier onderduikers thuis zaten is hij mee gegaan naar de veemarkt. Daar is Sjerk door de Duitsers opgepakt en overgebracht naar het concentratiekamp Wöbbelin. 
Sjerk Innikel heeft zich niet laten vermurwen en verraadde zijn moeder niet. In het concentratiekamp Wöbbelin in Duitsland hij uiteindelijk, mei 1945 (!) overleden. De familie Innikel is jaren in het ongewisse gebleven over het lot van hun zoon. Pas op 28 oktober 1949 ontving men het bericht van zijn overlijden via een berichtgeving van het Rode Kruis. Daaraanvolgend is in vergaderingen en overleg besloten om deze zoon S(jerk) Innikel bij te plaatsen bij de lijst van verzetsstrijders om hem zo te eren.

Sjerk Innikel. Hij woonde in de Hubert Duyfhuysstraat 4 met zijn vader en moeder. Zijn vader had daar een behang- en stoffeerbedrijf. Mevrouw Innikel was in de Tweede Wereldoorlog een actief lid van de L.O. Zij werd hiervan wel door de bezetter verdacht, maar liet zich niet betrappen. Daarom besloten de Duitsers de zoon op te pakken. Hij bezweek circa mei 1945(!) in het concentratiekamp in het Duitse Wöbbelin.

Terug naar overzicht