Aansprakelijkheid en Verantwoordelijkheid

Regelmatig word ik geïnspireerd door de schrijfsels van Seth Godin. Soms schrijft hij een enkele zin en soms een enorme lap tekst. Van de week kwam deze voorbij:

Accountability is done to you. It’s done by the industrial system, by those that want to create blame.

Responsibility is done by you. It’s voluntary. You can take as much of it as you want.

Daar moest ik aan denken toen ik mijzelf -afvalrapend- terugvond bij twee gelegenheden in Zuilen.

De eerste was op een veldje vlak bij mijn huis. Ik ben daar vaak te vinden om ‘s ochtends mijn Tai Chi en Yoga-oefeningen te doen. En als ik tot slot een tijdje heb zitten mediteren loop ik heel tevreden terug langs het fietspad, langs dat veldje. Langzaamaan is het een gewoonte geworden om een stukje papier of een blikje op te rapen om later in de de prullenbak te mieteren. Ik meen te merken dat, wanneer ik dat regelmatig doe, er ook minder bij gegooid wordt, maar ja, of dat wishful thinking is?

Ik liep er dus langs en zag dat er een heel stuk gemaaid was waar voorheen de hekken hadden gestaan van het nieuwe wooncomplex aan de Heukelomlob. Ik dacht aan het vriendelijk zwaaicontact dat ik had gehad met de opzichter van het geheel. Hoe ik af en toe een praatje met hem maakte. Het was er niet van gekomen om gedag te zeggen en hij zat vast weer op een of ander nieuw project dat uit de grond gestampt ging worden.

Al lopend en rapend was ik geschokt hoeveel rotzooi er op het terrein was blijven liggen en nu tevoorschijn kwam onder het gemaaide gras. Mijn beeld van de vriendelijke verantwoordelijk ogende opzichter begon een beetje te kantelen. Was hij ook verantwoordelijk voor het schoon opleveren van het terrein? Ik vond van wel. Was hij er letterlijk aansprakelijk voor? Tsja…..

Maar verder lopend meende ik ook ineens beter te begrijpen hoe dat eraan toegaat op zo’n bouwplaats.

Eerst de heiers en bouwers die in strak overleg met de ‘opper’ het geraamte van het gebouw neerzetten. En daarna steeds meer de ingehuurde onderaannemers die specifiek deze en die klus kwamen doen, als tijdelijke bezoekers van een bijenhotel. Voelt iemand zich nog verantwoordelijk voor dit stukje niemandsland dat zich langzaam oplost in een gebouw en een lege zandvlakte waar de containers stonden? Dit bedenk ik terwijl ik van plastic flard naar plastic dop loop en steeds bepaal: “deze nog, en deze ook nog, en deze ook nog”. Ik weet dat ik ergens een grens ga trekken, maar waar?

En dan kom ik weer bij die aansprakelijkheid en die verantwoordelijkheid. Aansprakelijk ben ik totaal niet voor dit veldje maar in hoeverre voel ik mij verantwoordelijk? Aanvankelijk ook eigenlijk niet. Ik erger me aan de zooi en word er ook wat droevig van. Binnenin mompelt een stem: ‘ja maar, het is ook míjn Aarde….’ Hetzelfde zinnetje dat ik gebruik als iemand me soms vraagt waarom ik met die rommel in mijn hand loop. Ik zie vaak een blik die verbazing en meewarigheid vermengt, soms met wat instemmende woorden. Als ik vriendelijk antwoord dat de ander van harte welkom is om mee te helpen komt er vaak ongemak. Er zijn evenveel redenen om het niet te doen als plastic rietjes in de oceaan.

Polly Higgins is iemand die het gewoon dééd. Ze verliet haar baan in de corporate advocatuur en werd advocaat van de Aarde. Omdat niemand anders het deed. Wat een verfrissend eenvoudige en radicale gedachtengang! Ik zou graag zo dapper en vasthoudend willen zijn. Maar ik ben geen Polly Higgins. En wat ik wel ben… tsja, dat verschilt van dag tot dag.

Een paar dagen later trof ik bergen karton naast de grote plastic container voor het winkelcentrum. Het zag er beslist ontmoedigend uit, een enorme berg natgeregend karton, kriskras door elkaar heen gedumpt, hier en daar nog een doosje met ander afval erin. Iets om met een boog om heen te lopen dus. Ik had mijn fiets al neergezet en keek nog eens om. Het was een mengeling van woede, ordeningsdrift en meewarigheid dat ik de eerste lap oppakte. Blijkbaar had iemand een uitgebreide tuinset aangeschaft en alle verpakking hier neergeflikkerd. Maar de lap was op te rollen en paste net in de opening van de container, schatte ik. Bingo.

Lap voor lap rolde ik op, ik werd er een soort van onverzettelijk vrolijk van, deze onwaarschijnlijke maar toch niet onmogelijke klus. Er kwam zowaar schot in. Mensen keken om, verbaasd, geamuseerd, gaven commentaar. Weer nodigde ik ze uit om mee te doen en kreeg natuurlijk alle rugklachten etc te horen. Inmiddels deed ook mijn rug zeer en stond ik even uit te blazen. Een buurtbewoner kwam vertellen dat het toch geen zin had en dat er elke week zo’n berg lag. Dat straks de gemeente zou komen om het wel of niet op te ruimen. Tsja…

Mijn opmerking dat ík me er nu aan stoorde en dat ik toch ook twee handen heb, net als iedereen, om te beslissen of ik er nú iets aan wilde doen kwam niet echt aan geloof ik. Maar dat is waar het uiteindelijk toch om draait. Beslissen om iets ongewoons te doen is niet altijd heldhaftig. Het is wel nodig om de modderstroom van mainstream ietsjes op te schuiven. Tegenhouden kan niet maar een stukje verleggen wel. Dan kom je toch ergens anders uit. En daar hebben de Polly Higginsen van deze wereld dan ook weer wat aan.

Terug naar overzicht