Bridezilla, deel II

(uit de serie: uit de school geklapt)

De kapper en de visagist hadden het naar hun zin, ondanks dat ze zich moesten behelpen met slechts een volgestouwdd kamertje zonder stromend water. “Ach”, zeiden, ze “we hebben wel op triestere plekken gewerkt, in een weiland zelfs een keer, tussen de koeien”. Opgelucht namen wij kennis van deze ontboezemingen. Gelukkig, ons kamertje voldeed prima.

Tijdens ons geanimeerde gesprek arriveerde het bruidspaar. Via de achterdeur, want de bruid moet dus nog naar de visagist en de kapper. De bruidegom zag er mooi uit, strak in het pak en onberispelijk.

De bruid zag er ook schitterend uit, maar kennelijk hebben wij daar geen oog voor, want zij rende naar binnen in een adembenemende witte ruisende robe met haar handen voor haar prachtige gezicht. “Waar moet ik heen !!!!” gilde ze. ‘Ik zie er nog niet uit !!!”.

Ik leidde haar snel naar het kamertje met de kapper en de visagist en ze verdween in professionele handen. De gasten waren inmiddels gearriveerd. De ambtenaar van de burgerlijke stand zat te wachten met een kopje thee en de tijd verstreek. De bruidegom beet op zijn lip en de ceremoniemeesteresserin liep zenuwachtig heen en weer.

Ondanks dat zo’n kamertje op zo’n moment heilig is, kreeg ik toch het gevoel dat ik even poolshoogte moest nemen. Ik keek om het hoekje en zag een huilende bruid en een vertwijfelde kapper en kwaaie visagist, luid met elkaar in discussie. Wat er aan de hand was, was onduidelijk, maar dat er over tien minuten een ceremonie aanstaande was, was op zijn zachts gezegd onvoorstelbaar.

Mijn eerste gedachte was: “Die bruid heeft duidelijk niet gegeten van de zenuwen”, dus ik snelde de keuken in voor een bruine boterham met kaas. Ik rende terug en duwde de bruid de boterham in haar handen. “Hier, eet op ! dan voel je je beter. Je ziet er prachtig uit.”. De bruid keek me aan. Dreigend. En schreeuwde tegen mij: “Ik eet helemaal niks op ! Ik ben verpest, verruïneerd, ik zie er niet uit, MOET JE MIJN HAAR ZIEN !!”. Ik keek naar haar prachtige haar en ondanks haar boosheid en tranen had ze nog steeds zó in een reclameblaadje gekund.

Maar ze liet zich niet vermurwen door mijn goedbedoelde boterham met kaas en ze stuurde mij, inclusief de kapper en de visagist niet zachtzinnig de kamer uit. Daar stonden wij in de gang. Behoorlijk in de war en ongerust, want de ceremonie was aanstaande en de ambtenaar heeft ook niet de hele dag de tijd. De ceremoniemeesteresserin keek wanhopig en zei: “Ja, ze is nogal een perfectionist”. De bruidegom pulkte wat aan zijn schoenzool en keek naar de grond.

De kapper en de visagist zeiden: “Doehoei, er zijn grenzen. Wij zijn vaklui en dat mens ziet er vanzelf al prima uit, een paar kleine handgreepjes en het is een koningin, maar hier kunnen we niets mee. Zak dr maar in !”. En ze liepen naar de bar voor een koele pils en een bak zoute pinda’s.

Tsja. En dan. Er zaten tachtig mensen in afwachting van het bruidspaar op onze terrasstoeltjes. De ambtenaar zat te wachten, spelend met zijn pen, tiktak-tiktak, de bruid zat kreunend van ellende in het kamertje en de bruidegom koos heel even eieren voor zijn geld. Even geen gedoe, er volgen nog vele jaren.

Ik rende naar Gerard Joost en riep paniekerig: “Gerard, deze dag gaat de mist in. Bruid is hysterisch want haar haar zit niet goed !!! Wat is wijsheid!”. Vaak heb je een klankbord nodig.

Gerard zei niks. Die had net de geluidsinstallatie voor de ambtenaar in orde gemaakt. Hij keek mij aan en vroeg: “Waar zit ze? In het kamertje?” Hij trok de deur wijdopen, pakte de bruid bij haar schouders en zei op autoritaire toon: “Kies maar meisje !. We kunnen alle gasten wegsturen met jou erbij. Maar je kunt óók nu opstaan en gewoon leuk trouwen met de man die hier op jou zit te wachten. Maar vóór je dat doet, eet je eerst deze boterham met kaas ! NU ”.

De bruid keek hem aan, pakte de boterham, at de helft en stond op.

Ze zag er prachtig uit.

Terug naar overzicht