Historie I

100 jaar geleden kwam Werkspoor naar Zuilen


Zuilen

Zuilen, het schilderachtige dorpje aan de Vecht, waarvan Jac. P. Thijsse in 1915 in een Verkade-album schreef: Dat kleine Zuilen vind ik nu het allermooiste dorpje aan de Vecht. ’t Ligt open en bloot aan ’t heldere water, want de Vecht heeft al lang zijn Utrechtsche troebeligheid overwonnen. Aardig kerkje, mooi rechthuis, kleurige daakjes, rood met wit geblokte vensterluiken, zwaar geboomte op beide oevers en ja, tusschen de boomen van den rechteroever door schemert het oud kasteel…

Werkspoor en De Muinck Keizer

Op het grondgebied van ‘dat kleine Zuilen’ – tot 1 januari 1954 was Zuilen een zelfstandige gemeente – wordt dan al hard gewerkt op de twee grote fabrieken die zich in Zuilen vestigden: Werkspoor te Amsterdam besloot in 1912 tot overplaatsing van een deel van de fabrieken naar Zuilen voor de bouw van wagons en bruggen. J.M. de Muinck Keizer (later Demka) verplaatste kort daarna op verzoek van de directie van Werkspoor zijn staalproductie vanuit het Groningse Martenshoek en gaat de speciale staalsoorten in Zuilen gieten.

Vierde gemeente

Op een terrein van maar liefst 34 hectare bouwen Werkspoor en Demka aan hun toekomst en zorgen voor een stormachtige groei van Zuilen. Woonden in 1900 ongeveer 900 mensen in Zuilen, dat aantal groeide door de komst van de fabrieken naar meer dan 26.000 op het moment van de annexatie. Dan is ‘dat kleine Zuilen’ uitgegroeid tot de vierde gemeente in de provincie!

Dankzij Jan Kol III

Initiatiefnemer voor de verplaatsing van een deel van de Werkspoor-fabrieken naar Zuilen was de heer Jan Kol III. Inderdaad, de man van het Park van Kol dat we nu kennen als het Julianapark. Het terrein was zeer geschikt: aan open water (belangrijk voor de afvoer van bijvoorbeeld bruggen), aan de spoorlijn Amsterdam-Utrecht (makkelijk als je treinen bouwt) én dicht bij de grootste verbindingsweg tussen Amsterdam en Utrecht, de Amsterdamsestraatweg.

Nieuw-Zuilen

Niet alleen de Zuilense economie was zeer gebaat bij de komst van deze fabrieken, ze boden werkgelegenheid aan vele duizenden arbeiders. Werkspoor werd met meer dan 5000 arbeidsplaatsen de grootste werkgever in de regio. Veel van deze werknemers kwamen met de fabrieken uit Amsterdam en Groningen mee en voor hen werden grote woonwijken gebouwd, niet rondom de kern van het oude dorp Zuilen, maar tegen de grens met Utrecht, zo ontstond Nieuw-Zuilen.

Tentoonstelling 100 jaar Werkspoor

Van 31 oktober tot 29 november is op de eerste verdieping van de hal van het Stadhuis te Utrecht een tentoonstelling over 100 jaar Werkspoor te zien. Een tentoonstelling die is gemaakt naar aanleiding van het gegeven dat het volgend jaar 100 jaar geleden is dat Werkspoor naar Zuilen kwam. Het Museum van Zuilen wil u hiermee een beeld geven van de fabriek, waaraan nog steeds de meeste oud-werknemers – die er vaak vele tientallen jaren werkten – na ruim 40 jaar nog met weemoed terugdenken. Het zijn foto’s van de fabriek, de treinen, de trams en bussen, de vliegtuigdelen, de bruggen, de montagewerken, de polyesterafdeling, de personeelsvereniging en de opleiding.

Ook een aantal werkstukken van de Leerschool, en ‘beuntjes’, dingen die het personeel voor eigen gebruik (al of niet met toestemming van de chef) maakte. Niet voor niets was onder het personeel van de fabriek de slagzin: ‘wat Werkspoor u biedt, koop je toch zeker niet’ populair.

Natuurlijk is dit maar een greep uit de grote verzameling, in 2013 kunt u in het Museum van Zuilen een grote expositie zien over Werkspoor.

Terug naar overzicht