Historie V: Zuilen, van zelfstandige gemeente tot stadswijk. Deel IV

Vervolg van 21 november:

Dat er geen echte grootse en wilde dingen gebeurden in Zuilen moge blijken uit de berichtgevingen. Op 4 mei 1901 staat in het Utrechts Nieuwsblad dit bericht: ‘KANTONGERECHT. … W. v.d. V. te Zuilen was bekeurd, omdat hij een koe met volle uiers vervoerd had, waardoor hij dit beest pijn veroorzaakte, omdat het zeer moeilijk kon loopen. Op aanmaning van den politieagent had hij het dier wel dadelijk gemolken doch de overtreding was geschiedt. Eisch ƒ 3 of 3 dagen hechtenis…’ Het nieuws werd in belangrijke mate gebracht door het al vermelde Utrechts Nieuwsblad. In die tijd was lezen nog niet voor iedereen weggelegd. De directie van de krant probeerde het aantal abonnees op te voeren door een abonnement te koppelen aan een gratis verzekering. Op 18 januari 1902 werd het volgende verslag gedaan van een noodlottig ongeval, waarbij de bekende Zuilense parlevinker, de heer E. van der Horst om het leven kwam.:

‘Zekere E. v.d. H. die op het Merwedekanaal de voorbijvaarende schepen steeds van kruidenierswaren, brood, enz. voorzag, is gisterenmiddag omstreeks vier uur, toen hij in zijn bootje wilde gaan, te water geraakt en verdronken.’

Al op 23 januari volgde deze advertentie: Onze Gratis-Verzekering. Op den 16en Januari l.l. is EVERT VAN DER HORST, Koopman, wonende te Zuilen, toen hij met een bootje eetwaren wilde bezorgen aan voorbijgaande schepen, in het Merwede-Kanaal verdronken. EVERT VAN DER HORST, was abonné van het “Nieuwsblad”; dientengevolge is aan zijne weduwe een som uitgekeerd van ƒ 200, waarop zij volgens de voorwaarden, verbonden aan een abonnement op het “Nieuwsblad” recht had. Sedert wij in 1897 met onze Gratis-Verzekering aanvingen, is dit nu reeds de 21ste Uitkeering en is door ons in dien tijd dus uitbetaald de som van 4200 GULDEN. Abonneert U dus op het Nieuwsblad. Men heeft niet alleen dagelijks allerlei nieuws en onderhoudende lectuur, maar mocht U onverhoopt in de uitoefening van Uw bedrijf een ongeluk met doodelijken afloop overkomen, dan hebben Uwen erven, evenals in bovengenoemd geval, recht op eene uitkeering van ƒ 200.

Als je dan zo’n mooie uitkering kreeg, was het wel gebruik daarvoor publiekelijk te bedanken: Dankbetuiging. Ondergeteekende betuigd bij dezen haren hartelijken dank aan den WelEd. Heer JOH. DE LIEFDE, Uitgever van het Nieuwsblad, voor de prompte uitbetaling van ƒ 200, welke zij ontvangen heeft, voor het ongeluk haren Echtgenoot overkomen op 16 Januari l.l. Wed. E. VAN DER HORST Zuilen bij Maarssen.

In Zuilen ontstonden verschillende bedrijven. Niet vanwege de mooie ligging aan een middelgrote rivier, maar vooral omdat in de omgeving goed bruikbare klei was die zich uitstekend liet gebruiken voor het maken van bouwstenen en dakpannen. De afmeting van deze stenen is bepalend voor de naam van de steen: Vechter. De klei werd gewonnen in de omgeving van Zuilen. Door de winning ontstonden plassen die zich later ontwikkelden tot natuurgebieden. Werd de klei in het begin gewonnen op korte afstand van de Vecht, later kwamen deze wingebieden steeds verder van de rivier te liggen. Om het transport te vereenvoudigen werden fabrieksspoortjes gelegd van het wingebied naar de rivier, vanwaar met bootjes het verdere transport naar de fabrieken werd gedaan. Uit de berichtgevingen in de kranten van toen komt allerhande nieuws naar voren. In dit knipsel van 20 augustus 1902 lezen we over het teloor gaan van een steenfabriek die op Zuilens grondgebied stond: ‘Gisterenavond brak er een felle brand uit in de steenfabriek de “IJsvogel” eigenaar de heer Theewe. Het geheele gebouw werd in asch gelegd. Assurantie dekt de schade.’ Na de annexatie komt het grondgebied waarop deze fabriek stond – Oostwaard – bij de gemeente Maarssen en als Maarssen besluit dit gebied te bebouwen wordt een van de straten vernoemd naar deze steenfabriek. Aan de overkant van het Amsterdam-Rijnkanaal, dat toen nog Merwedekanaal heette, was gevestigd steenfabriek ‘De Volharding’. In het boek Kaatje Plak van de heer A.H. Pasman vinden we een heel mooi stuk over het harde leven van de steenbakkers. De steenfabriek lag aan de grens tussen Maarssen en Zuilen, de Kantonnaleweg. Aan de Zuilense zijde stond een rijtje van vijftien woningen waarin medewerkers van de steenfabriek hun onderkomen hadden. Van de echtgenote van een van de oud-medewerkers, mevrouw Kortland-Schouwburg, heb ik vele foto’s van en verhalen over de steenfabriek gekregen en gehoord. De namen die deze mevrouw zich nog kon herinneren, zijn die van de families Hogendoorn, van Bart, de Jong, twee keer een familie Schouwburg en Rietveld, Bron, Kwakernaak, Eimers, Lagerwei en Klein. Later komt nog de familie Bosman in een van deze woningen terecht. De dagen waren lang en er moest zeer hard gewerkt worden om in de levensbehoeften te kunnen voorzien. Volgende keer nemen we een kijkje op deze steenfabriek.

Fotobijschrift: De Vecht doorklieft het dorp Zuilen. Nou ja, ‘doorklieft’, zelf denk ik dan aan snel stromend water dat oevers afkalft en nadrukkelijk zijn sporen achterlaat. Dat is bij dit rimpelloze water duidelijk niet het geval. Rechts de huisjes die ruggelings staan tegen de huisjes in de Dorpsstraat. Links de woningen van de families van Tricht, de Gier enz. Helemaal achteraan zien we nog een stukje Huize Zuylenveld.

Terug naar overzicht