Zuilen, van zelfstandige gemeente tot stadswijk. Deel 192

Verenigingen uit Zuilen deel 27

In het Museum van Zuilen zijn we van start gegaan met de tentoonstelling: Verenigingen uit Zuilen. Wijkwethouder Diepeveen opende deze tentoonstelling, (met enige assistentie van kleinzoon Ewan) door een korfbal door de korf te gooien. Onder het tromgeroffel van het Zuilens Fanfare Corps steeg de spanning ten top, maar het lukte, dus is de tentoonstelling van start! Meer dan 100 verenigingen uit Zuilen zijn in beeld! U kon al lezen over verschillende verenigingen, deze week:

 

 

Zuilens Fanfare Corps deel 1

Baron F.C.C. van Tuyll van Serooskerken was niet alleen ‘Ambachtsheer van Zuilen’: hij droeg daarnaast ook de titel van Heer van Zuylen en Westbroek. De ambachtsheren hebben zich goed van hun taak gekweten. Een van de ‘taken’ van de baron was het beschermheerschap van het Fanfare Corps dat in Zuilen werd opgericht: ‘Kunst na Arbeid’. Dat zegt u niets? Het is de naam waaronder het (u waarschijnlijk wel bekende) ‘Zuilens Fanfare Corps’ van start ging. Het bestaat sinds 1900 en kon dus al haar eeuwfeest vieren.

De grondlegger van ‘Kunst na Arbeid’ is de dorpsschilder, de heer 23-jarige Smit. Hij heeft met zeer veel inspanning een aantal bij elkaar gebrachte dorpsgenoten noten geleerd en van muziekinstrumenten voorzien met het doel gezamenlijk een fanfare te vormen. Zij kregen van de heer H.J. van Soest toestemming om hun samenkomsten in de wagenmakerij van Van Soest te houden.

In deze ‘zaal’, die bij de latere bewoners van Zuilen bekendheid krijgt onder de naam Salem, werden ook muziekuitvoeringen ten gehore gebracht. Daarover schreef een krant in 1914: ‘…De muzieknummers, ten gehore gebracht, werden zeer verdienstelijk uitgevoerd, alsmede de verschillende voordrachten door den heer Van Trotsenburg, getuige het langdurig applaudiseeren. Vooral de coupletten: “de Fransche Gouvernante’’, “Wat wil hij toch van mij’’ en “Serenade Espagnola’’ door den heer Van T. gezongen (die over een schoone stem beschikt) brachten dikwijls de lachspieren der aanwezigen in beweging…’

Omdat in de eerste jaren na de oprichting nog meer verenigingen met dezelfde naam werden opgericht, besloot het bestuur van ‘Kunst na Arbeid’ haar naam te wijzigen in ‘Zuylen’s Fanfarecorps’. Deze naam kreeg Koninklijke goedkeuring per 4 oktober 1912. Nu kon niets een grote opmars meer in de weg staan. Het corps groeide en sleepte vele prijzen in de wacht. Dat kwam goed uit: omdat nog geen eremetaal aanwezig was, hadden de dames die het vaandel voor het ‘Zuijlen’s Fanfarecorps’ vervaardigden namelijk hun toevlucht moeten nemen tot een paar stukken blik om de nog lege plekken op het vaandel enigszins te verdoezelen...

Fotobijschrift: De maaksters van en naast het vaandel

Terug naar overzicht