Zuilen, van zelfstandige gemeente tot stadswijk, Deel 199

In het Museum van Zuilen is nog steeds de tentoonstelling 'Verenigingen uit Zuilen' te bewonderen. Tijdens deze tentoonstelling organiseert het museum ClubReünies van niet meer bestaande verenigingen uit Zuilen. Donderdag 20 april 2017 - van 14 tot 17 uur, in het Museum van Zuilen aan de Amsterdamsestraatweg 569 - is de ClubReünie voor de oud-leden van Mondaccordeonvereniging 'Ons Genoegen'. Een mooi verslag van de belevenissen van deze vereniging kregen we van Jan Tuinstra:

Herinneringen van Jan Tuinstra aan mondaccordeonvereniging ‘Ons Genoegen’


‘MIJN JEUGDJAREN BIJ MONDACCORDEONVERENIGING ONS GENOEGEN.

Het was 1946 het eerste jaar na de oorlog toen het normale leven weer een beetje op gang kwam.

Ook het verenigingsleven liet weer van zich horen in de vorm van mondaccordeon-vereniging ONS GENOEGEN die druk zuigend en blazend op hun instrumenten in marstempo (met de mars: ‘oude kameraden’) over de Van Hoornekade marcheerden, waar ik woonde op nummer 56 bis.

Ik was toen 10 jaar en door de oorlog was toen mijn enige tijdverdrijf de prik- en de bromtol plus een zakje met zand aan een touwtje die je al slingerend zo hoog mogelijk moest gooien en wie het hoogste gooide had gewonnen. Natuurlijk was dit niet te meten, dus de sterkste had dan gewonnen.

Maar terug naar ONS GENOEGEN. Daar wilde ik natuurlijk bij, want ik had zelf al een mondorgel die ik van een nichtje van me had gehad die hem zelf al zo vol gespuugd had dat hij alleen nog borrelde. Dus al met al heeft mijn vader me aangemeld bij ONS GENOEGEN, (voor 5 cent per week) zeer tot mijn genoegen want daar heb ik twee dingen geleerd, namelijk goed mondorgel spelen en vloeken, want daar kon de dirigent wat van als je vals speelde.

We hadden een paar maal per jaar een concours ergens in het land. Als we daarheen gingen stopten we onderweg meestal bij een kersenboomgaard om ons vol te proppen met de daar aanwezige fruitvoorraad om de voedselachterstand van de Hongerwinter te compenseren.

Onze wekelijkse oefenruimte was in de Hubert Duyfhuysstraat in Openbare Lagere School 3 op woensdagavond, dus mijn ouders wisten altijd waar ik uithing op deze avond.

Nee dus, want als er een leuke film in de Olympiabioscoop draaide dan was ik daar aanwezig.

Maar weer naar ONS GENOEGEN. Er was een groep A en een groep B, een beginners en een gevorderde groep, waarbij de gevorderden ook bij de beginners mochten spelen om ze te ondersteunen in hun zuigen en blazen op hun mondschuiver. De mondorgels zaten in een grote kist in vakken waar per vak twee mondorgels aan elkaar verbonden waren op nummer. Iedere speler had zijn eigen nummer dus dat kon nooit mis gaan.

Maar wat wel mis kon gaan was na afloop van het spelen op een repetitie of concours, dat was het opbergen van de mondharmonica’s. Ze werden dan “schoongemaakt” om het speeksel, dat de spelers tijdens het spelen in het instrument hadden gedeponeerd te verwijderen.

Dit gebeurde voor alle instrumenten met één doek. Dus op de eerstvolgende speeldag zat Jantje het slijm van Pietje naar binnen te werken. (maar daar dacht je toen niet aan)

Voor de jaarlijkse feestavond werden artiesten ingehuurd, meestal afkomstig uit Zuilen. Ik herinner me alleen nog een zanger die Jansen heette en een lied zong met een lallende vrouwenstem op de achtergrond (sjantan koor dan la nuit, of zo iets) [Chante encore dans la nuit]. Die vrouw heb ik nooit gezien want die stond altijd uit het zicht.

Toen de kosten voor het inhuren van artiesten te hoog werden, begon ONS GENOEGEN met het vullen van de avond met eigen leden. Dit resulteerde in de volgende groepen buiten de 2 mondorgelgroepen die al bestonden: Een Hawaiianband onder leiding van Co Henneveld; een accordeonduo met Laurens Minderhout en Gerard Landzaat; een mondorgeltrio de chromonica’s; een cabaretgroep; een huismannenorkest; een modeshow; een zangkwartet en een marionettentheater van ondergetekende.

In 1955 ging ik weg bij ONS GENOEGEN (na veel genoegen).

Zelf ben ik nog verder gegaan met diverse zanggroepen. Jan Tuinstra.’

Fotobijschrift: Jan Tuinstra speelt de bas

Terug naar overzicht