Zuilen, van zelfstandige gemeente tot stadswijk, Deel 210

In het Museum van Zuilen is nog een paar weken de tentoonstelling 'Verenigingen uit Zuilen' te bewonderen. Van een aantal clubs en verenigingen doen we op deze site verslag. Vandaag het verhaal van:

Buurtvereniging ‘Zuilens Vreugd’

Van ‘Mariëndaals Belang’ zagen we dat het te boek staat als een kindervereniging. In de praktijk was het verschil met een buurtvereniging marginaal. Een van de buurtvereniging waarover ik u uit eigen ervaring kan vertellen, is ‘Zuilens Vreugd’.

Zoals de naam al uitdrukt, is een buurtvereniging gebonden aan een bepaalde buurt, vaak streng gescheiden gebieden. Je kon zomaar geen lid worden van een buurtvereniging die niet in jouw straat actief was! ‘Zuilens Vreugd’ kende zijn leden onder de bewoners van de Daalseweg (het deel tussen de Sweder van Zuylenweg en de F. Koolhovenstraat, dat per september 1949 Edisonstraat werd genoemd) en de Balderikstraat.

De oprichters waren de heren Heetcamp, van Zijl, van der Horst en Peters. Zij organiseerden bijvoorbeeld het jaarlijkse dagje uit op ‘derde Pinksterdag’. Daarvoor kwamen die dag ’s morgens vroeg de drie (of vier!) autobussen van ‘Pluck Den Dagh’ voorrijden bij de Brandstoffenhandel Limburgia aan de Daalseweg. (Of Edisonstraat dus, als u dat bekender in de oren klinkt.)

In de eerste bus namen de ouders plaats met de kinderen tot vier jaar, dan volgde de bus met meisjes en in de laatste bus zongen de jongens hun ‘Potje met vet’. De leden van ‘Zuilens Vreugd’ gingen nog niet echt op reis voordat zij een afscheidsgroet hadden gebracht aan hen die thuis moesten blijven. Zo reden die grote touringcars eerst nog een keer door de Balderikstraat, stopten daar bij de zij-ingang van de Christelijke School 2 om de melkbussen met limonadesiroop in te laden en dan… op weg.

Dat was steevast een rit naar een speeltuin, met zowel heen als terug een stop op de hei. De speeltuinen die met een bezoek van ‘Zuilens Vreugd’ werden vereerd waren in mijn herinnering altijd andere, maar om de een of andere reden was daar altijd dezelfde attractie bij: de hangbrug.

Dat was een uit latten op een ketting gemonteerde brug die over het water hing. Net niet erin! Tenminste, als je er niet op stond. Als je eroverheen liep, zakte de brug iets door zodat je toch nog natte voeten kreeg. En als je je voeten droog wist te houden, was er altijd wel een behulpzaam ‘buurtgenootje’ dat ervoor zorgde dat jouw voeten net zo nat werden als die van hem.

De hele dag hing je ‘kaartje’ aan een touwtje om je nek, zo’n kartonnen label met je naam en busnummer. Op de hei werd niet alleen ‘geloosd’, vooral de kinderen werden er ook ‘gelaafd’: in de emaillen kroes, die de hele dag je drinkbeker was, tapte het bestuur heerlijke limonadesiroop en daarna mocht je nog even proberen een been te breken in een van de greppels die ‘altijd’ de stopplaats omringden. Dan werden de koppen geteld en trok men huiswaarts, even de straten van de buurt door en dan naar huis.

Fotobijschrift: Een draaimolen vol plezier. De leden van de Buurtvereniging ‘Zuilens Vreugd’ zijn in de speeltuin aangekomen. Het is derde pinksterdag en op het jaarlijkse dagje uit komt ook het fototoestel uit de mottenballen. Links op de draaimolen zit moeder Corsten de draaimolen goed vast te houden. Naast haar zit mevrouw Schelle. Midden voor zitten mevrouw Steenbrink en dochtertje Gerda voor Annie en Jan Corsten. Mevrouw Boot is er natuurlijk ook bij. Rechts op de draaimolen zit mevrouw Tobij (met stippeltjesjurk). Het is al met al een hele belasting voor deze draaimolen. Van ongelukken en breuken is mij niets bekend, het zal dus wel goed gegaan zijn. Waar haal ik al deze informatie nou toch vandaan, want ik ben zelf pas drie turven hoog. De heer Adrie Boot heeft de meesten van bovenstaande straatgenoten herkend. (Hij moet dus wel een stuk ouder zijn dan ik.)

Terug naar overzicht