Zuilen, van zelfstandige gemeente tot stadswijk, Deel 226

In het Museum van Zuilen is de tentoonstelling 'Spelen en Scholen in Zuilen' te bewonderen. We zijn nog niet helemaal klaar met de inrichting, maar wat betreft het verhaal over spelen, dat hebben we inmiddels wel aardig in beeld. Deze week deel een van de serie:

Spelen op straat DEEL III

Hoed, bril of pijp?

Tegen een muur stond, voorovergebogen, de eerste deelnemer. Op haar of zijn rug sprong, in spreidstand, de eerste kandidaat. Vervolgens vroeg die persoon: ‘Hoed’ (Houd ik een van mijn handen op mijn hoofd?) ‘Bril’ (Of houd ik van een van mijn handen, terwijl ik met duim en wijsvinger een rondje vorm, dit als een brilletje voor mijn oog?) ‘of Pijp’ (Houd ik de duim van een van mijn handen in mijn mond?)

Als de persoon die voorovergebogen stond, en dus niets kon zien, het juist raadde, moest de springer aansluiten, ook voorovergebogen, en kon de volgende deelnemer op de rug van een van deze twee slachtoffers springen met dezelfde vraag: ‘Hoed, bril of pijp?’ Werd er onjuist geraden, dan moest de springer achter aan de rij springers aansluiten.

Pik, olie of dik? (spreek uit: pikolieofdik)

Het ‘Hoed, bril of pijp-spelletje’ kende voornamelijk vrouwelijke en jongere deelnemers. De grotere jeugd speelde een variant die iets pijnlijker momenten kende. Het spel werd dan ook voornamelijk door de ‘grote jongens’ gespeeld. En daar wilde je als ‘aankomend grote jongen’ buitengewoon graag bijhoren. Dat kon! Speel maar mee….

Het spel gaat als volgt: het slachtoffer (het jongste deelnemertje was dikwijls dus als eerste de klos) stak zijn linkerhand onder zijn rechteroksel met de handpalm naar buiten. De rechterhand werd naast de rechterkant van het gezicht gehouden, zodat hij niets kon zien. Dan ging het slachtoffer met zijn gezicht naar een muur staan.

De overige deelnemers aan dit spel, ingehouden gniffelend om zo’n gewillig schaap maar met enige angst om de volgende te zijn die aan de beurt was, stelden zich in een boog(je) aan de achterkant van ‘het schaap’ op. Dan sloeg een van deze personen op de hand van het schaap. De bedoeling hiervan was dat het zó snel gebeurde dat als het slachtoffer zich na de slag omdraaide en moest raden wie er geslagen had, de ‘slagman’ er al als een standbeeld bijstond.

 

 

Je moest wel een beetje uitkijken met wie je dit spelletje speelde. Al te grote verschillen in de krachtsverhoudingen konden ertoe leiden dat het gebeurde dat je stond te wachten op een klap, maar verrast werd door een gevoelige karatetrap tegen je hand van iemand die zo sterk was dat vergelding niet haalbaar was. (Ik weet niet van alle verhalen die ik over Zuilen hoorde, of ze waar zijn.

Dit verhaal heb ik zelf meermalen meegemaakt: het is echt gebeurd!)

 

Fotobijschrift: Kinderen in de Adriaan van Bergenstraat spelen Hoed, Bril, of Pijp?

Terug naar overzicht