Zuilen, van zelfstandige gemeente tot stadswijk, Deel 228

In het Museum van Zuilen is de tentoonstelling 'Spelen en Scholen in Zuilen' te bewonderen. We zijn nog niet helemaal klaar met de inrichting, maar wat betreft het verhaal over spelen, dat hebben we inmiddels wel aardig in beeld. Deze week weer een deel van de serie:

Spelen op straat DEEL V

Kaarten

Er werd in de Nieuw-Zuilense straatjes vroeger wat áf gekaart met doorgeknipte onder- en bovenkanten van sigarettendoosjes. Bijvoorbeeld van ‘Chieff-Wipp’, ‘Miss Blanche’, ‘Golden Fiction’, ‘Senior Service’, ‘Cross’ en ‘Players’.

Touwtje springen

Touwtje springen deed je midden op straat, met een groot lang touw; vier of vijf springers tegelijk waren geen uitzondering. Je ziet het tegenwoordig nog zelden.

Slagballen

Een honkbalvorm waarvoor de rioolputten dankbaar gepromoveerd werden tot honken. Een enkele keer moest je het spel onderbreken, als er een auto door het speelveld kwam.

Minder vaak, maar zeker spectaculairder, was als je even aan de kant moest voor een motorrijder. In de Balderikstraat passeerde nog wel eens de Harley Davidson van de heer Berkien (die ook in deze straat woonde). Zijn geknal werd met luid gejoel van ‘Harlieharlie, Harlieharlie’ begroet.

Vliegeren

Wat werden er vroeger trouwens veel eigengemaakte vliegers gebouwd! Het speciale balsahout en vliegerpapier kocht je bij Tjepkema aan de Daalseweg (later dus de Edisonstraat) of bij Vosje op de hoek van de Swammerdamstraat. Het doorschijnende papier werd verkocht in de kleuren rood, geel, blauw en groen.

Ook het ‘vliegertouw’ ofwel snijdtouw (dat bij iets te snel laten vieren inderdaad zo lekker je vingers kon openhalen) werd aangeschaft. Bedreven handen maakten de mooiste vliegers, soms wel meer dan 1 meter hoog.

Dan was het spannend als zo’n vlieger opgelaten werd: het moest wel waaien maar ook weer niet te hard. En de staart moest uitgeprobeerd worden op de juiste lengte. Menige vlieger overleefde rukwinden niet. Of er kwam een gat in het papier van de vlieger, of het touw brak.

Maar… eenmaal hoog in de lucht staand, ging er steevast ‘post’ naar boven. Om het vliegertouw werd een briefje zo gevouwen dat het werd opgepakt door de wind en bij de vlieger werd afgeleverd. Het opwinden van het touw van kleinere vliegers deed je op een stokje.

De grotere vliegers hadden vaak langere stukken touw: om dat snel op te kunnen winden werd een vierkant stuk hout gebruikt met links en rechts een handvat. Ja, dat koop je tegenwoordig allemaal kant en klaar, maar dat werd vroeger allemaal zelf gemaakt!

Fotobijschrift: Opmerkelijk. Dat vind ik het. Laat ik u even uitleggen wat ik bedoel. Medio april van het jaar 2000 verneem ik van een mevrouw dat er aan het spoor, bij de Demkabrug, een seinhuis heeft gestaan. Zij brengt me er enige dagen later ook foto's van.

Vervolgens komt er in juni 2000 een mijnheer in de winkel die (onder andere) deze foto laat zien: met rechts bovenop de spoordijk het seinhuisje! Goed, dan kijken wij maar naar die mooie zelfgemaakte vlieger, of naar de voor toen gebruikelijke wijze van opbergen van de wasteilen, of dat fraaie kinderstoeltje rechts. Trouwens, de jongeman op de foto is Nico. Hij werd rond 1955 zo op de foto gezet.

Terug naar overzicht