Zuilen, van zelfstandige gemeente tot stadswijk, Deel 229

In het Museum van Zuilen is de tentoonstelling 'Spelen en Scholen in Zuilen' te bewonderen. We zijn nog niet helemaal klaar met de inrichting, maar wat betreft het verhaal over spelen, dat hebben we inmiddels wel aardig in beeld. Deze week weer een deel van de serie: Spelen op straat

 

DEEL V Zwemmen

Zwemmen kon je natuurlijk niet op straat maar deed je in het (Utrechtse) Noorderbad. Of, voor zover dat onder de inwoners van Zuilen van toen bekend was, in het ‘zwembad’ dat lag ingesloten tussen de huizen van de Van Hoornekade en de Kenaustraat.

Dit zwembad, dat eigenlijk een veredeld pierebad was, had een prachtige waterspuwer. Het geheel werd door het vele vandalisme weggehaald en de ruimte bij de tuinen van de aangrenzende woningen getrokken. Maar ‘Het kanaal’ was een goedkopere en spannender uitdaging.

Een enkele waaghals (in elke straat woonde er wel één) presteerde het om van de spoorbrug over het Merwedekanaal te springen of te duiken. Om het griezeleffect te verhogen wachtte je op een passerende trein en zette je onder donderend geraas af. Tot grote schrik van de binnenschippers was het ook een sport om, vanaf de kant duikend, naar een passerend schip te zwemmen en… er op te klimmen! De angst van de schipper werd gedeeld door degenen die op de kant achterbleven om de verrichtingen van de waaghals te volgen. Die presteerden het een enkele keer om ónder het schip door te zwemmen naar de overkant van het kanaal. Nou weet ik wel dat het kanaal ter plekke inmiddels verbreed is, maar de vorige breedte, onder water zwemmend, oversteken was een door de Zuilense jeugd gerespecteerd staaltje van moed.

Het behoeft geen betoog dat de ouders van deze jongens (meisjes deden hier niet aan mee) doodsangsten uitstonden als zij later van vriendjes over de verrichtingen van hun eigen kinderen hoorden. Dat wil zeggen, de meeste ouders. Er waren er ook die van de nood een deugd maakten en trachtten de mogelijke gevaren in goede banen te leiden.

Zoals de heer Verbeek, die op ’t Zand woonde en de kinderen leerde zwemmen in het Merwedekanaal. Hij liet de kinderen plaatsnemen op een langs de kade aanwezige balk, bond ze een touw om hun middel en… zwemmen maar. Langs de kant hield hij het touwtje stevig in handen, onder het roepen van de instructies: ‘intrekken, spreid, sluit toe maar, intrekken, spreid, sluit’.

De goede man bedoelde het uitstekend, maar opmerkelijk was dat hij zelf niet kon zwemmen!

Zo waren er van ’t Zand ook Hennie en Kees Verhoef. Zij waren ‘van de kruidenierszaak’. Volgens de overlevering was Hennie ‘voor de duvel niet bang’ en kon hij zo prachtig duiken! Touw om zijn middel en dan een schitterende snoekduik. En lang dat hij onder water kon blijven! Totdat de angst van de mensen die aan de kant waren blijven staan de overhand kreeg en het touw werd binnengehaald: ook Hennie bleek niet te kunnen zwemmen!

Hennie heeft het allemaal toch nog overleefd. (Er was nog een Hennie Verhoef, een neef van deze Hennie. Die woonden in de Mahoniestraat en trouwde met een dochter van De Jong’s kledingwinkel aan de Amsterdamsestraatweg. Tijdens de eerste beurs die de winkeliers in het Pastoor Schiltehuis organiseerden, showde de dochter van de heer De Jong mode op het plankier: Hennie was meteen verliefd.)

We dwalen af, dit stukje gaat over zwemmen: vooral de verhalen over de zuigkracht van de scheepsschroef en de turbulentie van het water leidde tot diep respect van de jeugd voor hen die deze gevaren wisten te trotseren.

Fotobijschrift: Het zwemmen in het Merwedekanaal werd tot een feest verheven. Letterlijk en figuurlijk. Van de letterlijke uitvoering ziet u hier een proeve: de jeugd van Zuilen bouwt een menselijke piramide. Vooraan zit mevr. A. Tolboom-van Rooijen. Op de achtergrond is de watertoren van de Demka-fabriek in beeld.

Terug naar overzicht