Zuilen van zelfstandige gemeente tot stadswijk, Deel 233

Zuilen eert zijn gevallenen Deel 1

Naar aanleiding van de tentoonstelling Zuilen in de Tweede Wereldoorlog, die op 4 mei 2018 door burgemeester J. van Zanen geopend zal worden, schrijf ik gedurende deze tentoonstelling over Zuilense slachtoffers van die oorlog.

Woord vooraf. (van de heer A.H. Pasman, uitgever van het boekje 'Zuilen eert zijn gevallenen').

Onmiddellijk na de Bevrijding werd te Zuilen een comité opgericht met de bedoeling om in een gedenkteken de nagedachtenis te eren van de Zuilense ingezetenen, die in de oorlog en in het verzet tegen de overweldiger het leven hadden gelaten.

Een inzamelingsactie huis aan huis in de gemeente bracht een belangrijk bedrag op en na ernstige overweging besloot het comité het bijeengebrachte geld te besteden voor een waardig monument, dat door de Utrechtse beeldhouwer Johan Uijterwaal en de Zuilense architect W.C. van Hoorn gezamenlijk werd ontworpen.

Het monument zou geplaatst worden op het gazon aan de Prins Bernardkade in het verlengde van de J.M. de Muinck Keijzerkade. Het zou een breedte krijgen van 16,5 m en in het centrum zou zich een zuil van 9 m hoogte verheffen, bekroond door een metalen schaal, waarin een vlam ontstoken zou worden. Aan de voet van de zuil twee levensgrote figuren, die in de ineengestrengelde handen een palmtak houden en zo de vrede symboliseren – en tegen de bakstenen wand achter deze figuren twee bronzen platen.

Op de ene plaat staat de volgende tekst te lezen:

Zuilen’s bevolking heeft dit monument gesticht om de nagedachtenis te eren van de gevallenen in de oorlog en in het verzet tegen de overweldiger.

En daarboven de woorden van de dichter Muus Jacobse:

God, doe ons dit dan weten: wat voorbijging aan nood en leed is niet vergeefs geweest, omdat Uw martelaars hier overwonnen en met hún bloed de bodem is gewijd…

Op de andere plaat zijn de namen van de gevallen aangebracht.

Nadat het initiatief tot de oprichting van dit monument bekend geworden was, bereikte de ondergetekende van verschillende zijden het verzoek om in ‘Zuilen Vooruit’ de namen te vermelden van de Verzetshelden, aan wie het gedenkteken opgedragen zou worden en om over hun werk en hun levensloop het een en ander mede te delen.

In een reeks van artikelen, die met medewerking van de nabestaanden geschreven kon worden, werd aan dit verzoek voldaan en nu het monument spoedig onthuld wordt, verschijnen deze artikelen opnieuw en wel in de vorm van een boekje, dat als een bescheiden uitleg van het gedenkteken bedoeld is en als een bescheiden hulde aan diegenen uit ons midden, die ook voor onze vrijheid het leven lieten.

Moge hun stem ons, van over het graf, blijvend manen om het ideaal der persoonlijke vrijheid hoog te houden en voor dit ideaal wederom strijd te voeren wanneer dit nodig mocht zijn.

A.H. PASMAN  

 

J.W. van der Sandt

Geboren: 6 maart 1916 overleden: 14 mei 1940.

De meidagen van 1940. 10 Mei 1940, één der belangrijkste jaartallen in onze Vaderlandse Geschiedenis. Sinds de afscheiding van België en de daaraan voorafgaande Tiendaagse Veldtocht van het Nederlandse leger onder de Prins van Oranje, was ons land niet meer in oorlog geweest.

Een periode van ruim 100 jaar vrede werd met deze datum afgesloten. Sedert het uitbreken der Europese oorlog in augustus 1939 waren er al weer ruim acht maanden voorbijgegaan en gedurende deze maanden was ons leger gemobiliseerd en hield het een waakzaam oog op onze grenzen.

Werd een willekeurig persoon in die dagen gevraagd hoe hij over een eventuele oorlog in Nederland dacht, dan volgde meestal het antwoord, dat wij geen oorlog zouden krijgen. Vrijwel onze gehele bevolking, vooral zij, die de Eerste Wereldoorlog meegemaakt hadden, geloofden niet aan een oorlog.

Had Hitler immers niet bij gelegenheid van verjaardagen van de koninklijke familie gelukstelegrammen gezonden? En was er bovendien niet een Duitse garantie, dat Duitsland onze grenzen zou eerbiedigen? Nee, ons land zou ook nu niet in oorlog komen, we waren toch immers weer neutraal, net als in 1914 - 1918!

Weliswaar gebeurde het nogal eens, dat er vreemde vliegtuigen boven ons grondgebied vlogen, maar die gingen meestal naar Engeland, of werden door onze luchtafweer verdreven. Toen er dan ook in de vroege Lentemorgen van de 10e mei talrijke Duitse vliegtuigen boven ons land verschenen, luidde de algemene opinie: overvliegers naar Engeland.

We betreurden het arme Engeland, voor welke land de meegevoerde bommen bestemd zouden zijn. Wreed echter was de ontnuchtering, toen bleek, dat deze machines niet naar Engeland vlogen, maar naar onze eigen belangrijke centra. Door de radio hoorden wij de stem van de omroeper van het A.N.P., die mededeelde, dat we in oorlog waren met Duitsland.

Dat de Duitse troepen diezelfde mooie lentemorgen, vriendschapsbewijzen en garantiebeloften ten spijt, ons land binnen getrokken waren. Laag was deze aanval van een groot en machtig land op een klein landje, dat bovendien nog neutraal was.

Nog lager en laffer was het werk der leden der N.S.B., die allerlei pogingen aanwendden om de Duitse opmars maar zo snel mogelijk te doen verlopen, om niet te spreken van verraders politiek, die ze vóór de inval al bedreven hadden.

Niettegenstaande het feit, dat de moffen veel sterker waren dan wij, boden de Nederlandse troepen een zo onverwachte tegenstand, dat het opgezette plan om in één dag naar Rotterdam op te rukken en zodoende de Nederlandse vloot geheel in handen te krijgen, mislukte. Vijf dagen hebben onze jongens gevochten als leeuwen tegen overweldiger en heimelijke sabotage der landverraders.

In vijf dagen hebben we nog kans gezien de vijand behoorlijke verliezen toe te brengen: vooral de luchtmacht van de dikke Hermann leed gevoelige verliezen. In deze vijf dagen verloren duizenden militairen en burgers het leven. Ook twee Zuilenaren kwamen om op het slagveld.

J.W. van der Sandt en W.E. Swart keerden niet meer terug. J.W. van der Sandt was ingedeeld bij de genie en gelegerd in de Peel. Spoedig moesten ze onder hevige Duitse druk terugtrekken naar België. Van hier gingen ze naar Frankrijk, waar ze ingedeeld werden bij de troepen, die in Zeeuws-Vlaanderen in de strijd geworpen zouden worden.

Via Terneuzen werd naar Vlissingen overgestoken met eindbestemming Middelburg. En het was tussen deze twee plaatsen bij dorpje Souburg, dat J.W. van der Sandt het grootste offer bracht, waarmee men het vaderland dienen kan. Op 14 mei 1940 sneuvelde hij bij Souburg; hij werd later begraven op de Algemene Begraafplaats te Middelburg.

Terug naar overzicht