Zuilen van zelfstandige gemeente tot stadswijk, Deel 251

Zuilen eert zijn gevallenen Deel 18

Naar aanleiding van de tentoonstelling Zuilen in de Tweede Wereldoorlog, die 4 mei jongstleden door burgemeester J. van Zanen geopend werd, schrijf ik gedurende deze tentoonstelling over Zuilense slachtoffers van die oorlog. Vandaag het stuk - met bijbehorende foto -dat de heer Pasman schreef over ‘De Joden en zij die hen hielpen’:

Evenals honderdduizenden andere Nederlandse moeders was mevrouw Köhler begaan met het lot der duizenden verstoten Joodse kinderen. En in haar streven deze kinderen te beschermen tegen deportatie naar de gaskamers in Duitsland, had ze een jong meisje in huis genomen.

Langzamerhand had ze zich erg aan het kind gehecht en ze beschouwde het als haar eigen dochtertje. De Duitsers, die op onverklaarbare wijze lucht hadden gekregen van het feit, dat er in Elinkwijk verschillende Joodse kinderen waren ondergedoken, hielden op 11 Mei 1944 een razzia*

Nadat ze bij verschillende adressen geweest waren, belden ze ook bij mevrouw Köhler aan. Ze opende de deur maar wist te verhinderen, dat de Moffen binnen kwamen en zodoende het kind zouden ontdekken. Ze slaagde er in de Duitsers met een kluitje in het riet te sturen en deed opgelucht de deur achter de “heren” dicht.

Ze besloot nu direct het kind via de achtertuin in veiligheid te brengen. Toen ze echter achter het huis kwam, liep ze regelrecht in de armen van de ploerten, die blijkbaar het zaakje toch niet vertrouwd hadden en nu achterom gekomen waren.

Haar heldhaftige poging om zich tegen de gewapende soldaten te verzetten, werd met ruw geweld en een revolver gebroken. Zij en het kind werden medegenomen naar de Maliebaan, van waaruit ze naar de gevangenis op de Amstelveenseweg te Amsterdam werd overgebracht.

Vervolgens kwam ze in het concentratiekamp Vught en op 6 September 1944 werd ze naar het sadistenkamp Ravensbrück getransporteerd. Hier maakte ze het onbeschrijfelijke leed mee, dat de “Edelgermanen” over hun medemensen uitstortten en zag ze telkens weer de beruchte gesloten vrachtwagens, die gevangenen kwamen weghalen. Waarheen? Men wist het niet, maar men vermoedde het ergste, temeer omdat men nimmer meer iets van de weggevoerden vernam.

Op 7 Februari 1945 werd mevrouw Köhler ook met zo’n auto weggevoerd en volgde zij de onbekende bestemming van haar talloze voorgangers. Zo viel deze prachtvrouw, die er alles voor over had, ook haar eigen leven, om het recht te doen zegevieren over de wrede onmeedogenloosheid van de Duitse slavendrijvers, als slachtoffer van een sadistenregiem.

Het tegelijk met haar weggevoerde kind heeft deze gruwelperiode overleefd en vertoeft nu in Utrecht.

Fotobijschrift: Mevrouw E. Köhler–de Groot werd geboren 27 september 1897 en overleed 7 februari 1945.

* De heer Pasman heeft het hier over een razzia, die er op die datum, volgens de tekst bij de levensbeschrijving van de heer G.J. de Boer, nog niet was, maar zo staat het in zijn boekje.

 

Terug naar overzicht