Zuilen van zelfstandige gemeente tot stadswijk, Deel 257

De voorbereidingen voor de verhuizing van het Museum van Zuilen zijn al een tijd aan de gang. De beoogde nieuwe locatie is de Werkspoorfabriek op het Werkspoorterrein. Daar gaat het Museum van Zuilen van start met een grote Werkspoortentoonstelling. In de aanloop daarnaartoe vindt u de komende tijd artikelen uit de Werkspoor Courant, de ‘Utrechtse Editie’, waarin de voor Zuilen zo belangrijke fabriek onder de aandacht komt. Deze week deel 2.

Bij Werkspoor kende men al vroeg de voorloper van de Ondernemingsraad, de Fabrieksraad. Er was wel een wezenlijk verschil. De Fabrieksraad was meer een kwestie van hoor en wederhoor: de directie hoorde eventuele wensen aan en na toetsing van een verzoek werd een besluit genomen. Verslagen hierover werden gedaan in de Werkspoor Couranten. Het lijkt wat taaie stof, maar deze verslagen geven een zo mooi tijdsbeeld dat ik de vrijheid neem ze in zijn geheel over te nemen.

Werkspoor – Courant januari 1926

Bespreking van de Directie met het Bestuur van de F.R.

24 November 1925.

1. Naar aanleiding van vragen uit vorige besprekingen wordt geantwoord:

a. dat in de verwarming van het schaftlokaal verbetering is gebracht.

b. dat de verlichting van den hoofdweg naar de Lageweide zal worden verbeterd.

2. Het Bestuur deelt mede:

a. dat de timmerlieden-wachtgelders opnieuw vragen, of zij reeds te werk kunnen komen.

Zal nogmaals besproken worden, alhoewel dit punt reeds de aandacht heeft van den betrokken chef.

b. dat onlangs van de administratie uit, omtrent den afloop van tarieven reeds van te voren allerlei geruchten in de werkplaats zijn verspreid; men dringt aan op het inachtnemen van de noodige discretie.

Zal worden onderzocht en zoo noodig zal tegen dit euvel worden opgetreden.

c. dat verzocht wordt den overgang over den overweg bij het Viaduct te verbeteren; in het bijzonder in het verband met het te hoog uitsteken van de rails.

Zal worden nagegaan.

d. dat algemeen geklaagd wordt, dat de fabrieksklokken voorgaan bij den algemeenen stadstijd.

Zal worden besproken met den chef der afdeeling Electriciteit en nagegaan welke tijd als officieel wordt aangehouden.

e. dat Z. uit de Houtbewerking vraagt, of hij zich als ontslagen moet beschouwen.

Hierop wordt geantwoord, dat Z. terugkomende van wachtgeld, aangeboden werk niet heeft willen aanvaarden; derhalve wordt hij beschouwd als ontslag te hebben genomen.

ƒ. dat geklaagd wordt over den dikwijls zeer korten tijd, gedurende welken werklieden in de IJzerbewerking op wachtgeld worden geplaatst, dit heeft zich o.a. dezer dagen voorgedaan met schaver W., die slechts een halven dag op wachtgeld is gesteld en toen weer werd teruggeroepen. Daar hij nu voor dien halven dag niet in aanmerking komt voor wachtgelduitkeering, verzoekt hij schadeloos te worden gesteld.

Hierop wordt geantwoord, dat in het algemeen zal worden getracht het op wachtgeld plaatsen voor korten tijd te voorkomen, doch dat zulks in verband met onregelmatig inkomen van teekeningen, niet altijd is te overzien en te voorkomen.

Wat betreft de gevraagde vergoeding, dit is geenszins de bedoeling; inmiddels zal in de werkplaats naar de toedracht van deze zaak worden geïnformeerd.

g. dat de perser O. onlangs sjouwerwerk heeft verricht en meent daarvoor nog eenig tarief te moeten ontvangen volgens uurloon, dat hij verdient in de Smederij.

Zal worden nagegaan en indien juist, zal uitbetaling volgen.

17 November 1925.

1. Naar aanleiding van vragen uit vorige besprekingen wordt geantwoord:

a. dat de stopcontacten in de Wagenmakerij lager zullen worden aangebracht.

b. dat E. eene vergoeding kan krijgen van ƒ 5.-.

c. dat aan K., machineklinker, toen hij weder werd aangenomen, is medegedeeld, dat er slechts werk voor hem was voor betrekkelijk korten tijd.

Het Bestuur antwoordt, dat dit aan K. bekend is, doch dat de vraag voor de toekomst was bedoeld, waarop wordt geantwoord, dat K., gezien zijn betrekkelijk gering aantal dienstjaren en zijn veel onderbroken diensttijd, voorloopig niet voor wachtgeld in aanmerking komt.

2. Het Bestuur verzoekt:

a. naar aanleiding van een algemeene klacht over de verwarming in het schaftlokaal, hier in verbetering te doen brengen.

Zal worden nagegaan.

b. de schuifdeuren van het waschlokaal Wagenmakerij beter sluitend te doen maken.

Zal geschieden.

1 December 1925,

1. Naar aanleiding van vragen uit vorige besprekingen wordt medegedeeld:

a. dat de fabrieksklokken geregeld worden naar de klok van het Centraal Station te Utrecht. Het Bestuur vraagt dan of gezorgd kan worden, dat de klok bij den hoofduitgang des Zaterdags vóór 12 uur gelijk wordt gezet, opdat de werklieden den juisten tijd kunnen overnemen.

Zal geschieden.

b. dat de tijd, dien schilder B. thans werkt, niet meetelt voor verhoogd pensioen.

2. Het Bestuur verzoekt:

a. de kachels in de Wagenmakerij te doen aanmaken.

Zal geschieden.

b. het waschlokaal Smederij te doen verwarmen.

Hierop wordt geantwoord, dat dit den laatsten tijd wegens bezuiniging achterwege wordt gelaten; zal echter nogmaals bekeken worden.

c. namens M., kraandrijver, hem klompen naar maat te verschaffen.

Zal worden onderzocht.

8 December 1925.

1. Het Bestuur verzoekt:

a. namens S., chauffeur van de vrachtauto, deze auto aan de zijde van den bestuurder te doen dichtmaken.

Hierop wordt geantwoord, dat deze zaak reeds in bespreking is geweest; naar een doelmatige voorziening wordt gezocht. Wordt deze gevonden, dan zal zij worden aangebracht.

b. verwarming van de Machinale IJzerbewerking en de afdeeling Plaatwerkerij en zoo mogelijk electrische verwarming in de kraankooien.

Een en ander zal met de betrokken chefs worden besproken.

c. bij strenge koude de kachels in de Wagenmakerij te doen aanmaken vóór den aanvang van het werk.

Zal met den hoofdbewaker worden geregeld.

d. eenige ruiten in de kopwand van de Smederij te doen herstellen.

Zal geschieden.

Fotobijschrift: En als het niet ging zoals het volgens de werknemers moest, werd er gestaakt. Het is waarschijnlijk rond de jaarwisseling van 1921 en 1922. De mannen hebben zich rond de potkachel gezet en gezien hun verbeten gezichten komen ze duidelijk op voor hun rechten. De tweede man van links is mijnheer Van Dokkum. Deze foto kreeg ik van zijn dochter, mevr. Verbruggen.

Terug naar overzicht