Zuilen van zelfstandige gemeente tot stadswijk. Deel 288: De 3-assige Motorwagen voor het GVA.

De voorbereidingen voor de verhuizing van het Museum van Zuilen zijn al een tijd aan de gang. De beoogde nieuwe locatie is de Werkspoorfabriek op het Werkspoorterrein. Daar gaat het Museum van Zuilen van start met een grote Werkspoortentoonstelling. In de aanloop daarnaartoe vindt u de komende tijd artikelen uit de Werkspoor Courant, de ‘Utrechtse Editie’, waarin de voor Zuilen zo belangrijke fabriek onder de aandacht komt. Dit is deel 33.

Werkspoor Courant 6 mei 1949

Van ons werk

De 3-assige Motorwagen voor het Gemeente Vervoerbedrijf Amsterdam

Weer staat in onze fabriek een nieuw product op stapel. Nadat 2 door Werkspoor vervaardigde motorwagens voor het Gemeente Vervoersbedrijf Amsterdam proef gereden hadden, en aan de daaraan gestelde eisen voldeden, kon worden overgegaan tot de aanbouw van een 58-tal motorwagens benevens 50 aanhangwagens.

Nieuw is deze tram inderdaad, want zowel wat de uitwendige bouw, als het inwendige betreft, is hier radicaal gebroken met het gebruikelijke type wagen, welke we steeds in onze hoofdstad zagen rijden.

De lengte der wagen is 12 meter, breedte 2,2 meter en de hoogte 3,1 meter, terwijl hij plaats biedt aan 85 personen, inclusief bestuurder en conducteur, waarvan voor passagiers 25 zitplaatsen en 58 staanplaatsen. De aanhangwagen is ingericht voor 29 zit- en 60 staanplaatsen en een conducteursplaats.

Opvallend bij deze wagen is de plaats van de conducteur, die niet zoals gewoonlijk de passagiers voor betaling en uitreiking van het kaartje langs loopt, doch waarvoor in deze tram aan de rechterzijwand bij het achterbalkon een zitplaats met betaaltafel is ingericht. De bekende Amsterdamse humor heeft ook op deze zitplaats van de conducteur zijn uitwerking niet gemist en hem inmiddels gedoopt als ‘‘De kinderstoel’’.

De wagen is ingericht voor één rijrichting, dat wil zeggen dat alleen aan de rechterzijde deuren zijn aangebracht en de linkerzijwand geheel gesloten is. Deze wagens kunnen dus alleen dienst doen op lijndiensten, waar de eindpunten een zogenaamde lus hebben.

Op het voorbalcon van de motorwagen bevindt zich een gemakkelijk wegneembare bank voor de bestuurder, die geheel gescheiden zit van de passagiers. De voor de passagiers bestemde banken, bestaande uit een stalen geraamte, waarop met rood kunstleder beklede zitting en rugkussens zijn gemonteerd, rusten op speciale rubbersteuningen op de vloer. 

De reizigers verlaten de tram door in het midden van de rechterzijwand aangebrachte en naar buiten draaiende dubbele vouwdeuren, gekoppeld aan omklapbare treden, waardoor het onmogelijk is tijdens het rijden op de tram te springen of als een tros druiven aan de deuren te hangen. De bediening der deuren geschiedt door de conducteur; deze opent en sluit vanaf zijn zitplaats. In de rechterzijwand zijn vier, in de linkerzijwand zes ramen aangebracht, waarvan het bovengedeelte beweegbaar is.

Voor ventilatie zijn buiten de bovenvermelde ramen in de voorwand tussen het raam en de filmkast, dit is de kast waarin het lijnnummer en de route wordt aangegeven, twee openingen aangebracht, waardoor verse lucht kan binnenstromen in kanalen boven het plafond, die door middel van afsluitbare roosters in verbinding staan met het interieur.

Boven het achterbalkon zijn op het dak twee ‘‘Flettner’’ ventilatoren geplaatst, waardoor gebruikte lucht wordt afgevoerd.

De optische signaalinrichting bestaat uit een stel gekleurde lampen, die in de daarvoor bestemde kastjes tegen het plafond bij de conducteur en tegen de voorwand bij de bestuurder zijn geplaatst. Zowel het rode stopsein als het groene afrijsignaal worden bediend door de conducteur. Als reizigers willen uitstappen, kunnen zij de conducteur waarschuwen door middel van een zoemer, welke door drukknoppen bediend kan worden.

Over de reminrichting kunnen wij U nog het volgende vertellen. Normaal geschiedt het remmen electrisch. Teneinde bij sterk remmen te voorkomen, dat de wielen gaan doorglijden, is een mechanisch te bedienen zandstrooiinrichting aangebracht. Tevens zijn de draaistellen voorzien van 4 electro-magnetische railremmen die in geval van nood dienst doen.

Om de wagen bij geringe snelheid af te remmen, of om de stilstaande wagen te kunnen vastzetten, is een handreminstallatie aangebracht.

En tot slot iets over de truck, die uitgevoerd is volgens het Buchli systeem en bestaat uit twee één-assige motordraaistellen, welke tezamen vrijwel het gehele gewicht van de wagenbak opnemen en die in het midden gekoppeld zijn door een één-assig loopdraaistel, dat dienst doet om de motorassen radiaal in te stellen. Dit geschiedt door middel van een hulptruck, die de wagen gemakkelijker door de bocht stuurt en waarmede tevens het hinderlijk gieren in de bocht verholpen is.

De frames van de draaistellen zijn electrisch gelast. De aspotten zijn voorzien van rollagers. De wielen zijn in gietstalen uitvoering met spaken en voorzien van bandages.

Al met al kunnen wij zeggen, dat deze tram, vergeleken bij de oudere modellen, een grote vooruitgang betekent en wij wensen de Amsterdammers geluk met deze nieuwe aanwinst.

Fotobijschrift:

De nieuwe motor- en aanhangwagen voor de Amsterdamse Tram.

Een kijkje in het interieur der tram

Terug naar overzicht