Zuilen van zelfstandige gemeente tot stadswijk. Deel 293: NIEUWE RIJTUIGEN MET BIJZONDER COMFORT

De voorbereidingen voor de verhuizing van het Museum van Zuilen zijn al een tijd aan de gang. De beoogde nieuwe locatie is de Werkspoorfabriek op het Werkspoorterrein. Daar gaat het Museum van Zuilen over enkele maanden van start met de tentoonstelling Ons Werkspoor. In de aanloop daarnaartoe vindt u de komende tijd artikelen uit de Werkspoor Courant, de ‘Utrechtse Editie’, waarin de voor Zuilen zo belangrijke fabriek onder de aandacht komt. Dit is deel 38.

Werkspoor Courant 17 januari 1950

Nederlandse Spoorwegen bouwen....

NIEUWE RIJTUIGEN MET BIJZONDER COMFORT

Zullen wij binnenkort in de trein kunnen telefoneren en telefonisch bereikbaar zijn?

NOG VEEL PROBLEMEN OP TE LOSSEN

(Van een onzer verslaggevers.)

Zullen wij binnenkort onze telefoongesprekken ook in een rijdende trein kunnen voeren en ontvangen? De mare gaat, dat dit in Amerika allang het geval is, maar de president-directeur der Nederlandse Spoorwegen ir F.Q. den Hollander, die onlangs uit de V.S. is teruggekeerd, heeft ervaren, dat dit nieuwe snufje ook daar nog slechts in een experimenteel stadium verkeert. Doch niettemin is hij er enthousiast door geworden en de directie der N.S. overweegt dan ook plannen om haar bedrijf dit nieuwe snufje deelachtig te doen worden.

Meer dan een plan is het nog niet, want er blijkt technisch heel wat aan vast te zitten, zoals wij bij een bespreking met technici van de afdeling R-2 der P.T.T. vernamen. Wel zijn al verscheidene geslaagde proefnemingen gedaan, maar die kunnen nog niet beslissend zijn voor de omzetting van het plan in de daad.

De zaak kwam voor ons op een aardige manier aan het rollen. Gezeten in onze mobilofoonauto – het woord ‘‘mobilofoon’’ is een geesteskind van de heer A.H. Maas Geesteranus van de P.T.T. en Philips heeft het zonder aarzelen overgenomen – vingen wij toevallig een gesprek op, dat een proefgesprek per draadloze verbinding van de N.S. bleek te zijn. Op onze informatie vernamen wij, dat dit gesprek werd gevoerd in een trein tussen Amsterdam en Enkhuizen. Het gold een experiment om de mogelijkheid van een radio-telefoonverbinding in een rijdende trein op haar mogelijkheden te toetsen. Deze verbinding moest dan werken in de geest van de auto-mobilofoon.

Dergelijke proeven zijn genomen op de trajecten Amsterdam – Arnhem en Amsterdam – Enkhuizen,  dus op een electrisch en een niet-electrisch bereden baanvak. Men had aldus gelegenheid de bijzondere storingen, die zich onder verschillende omstandigheden in een rijdende trein kunnen voordoen vast te stellen: storingen van een electrische voedingsleiding, van electrische of niet-electrische locomotieven of motoren, enz. Deze proeven hebben, zoals gezegd, bevredigende resultaten opgeleverd, maar zij lieten nog heel wat technische problemen op te lossen.

De grootste moeilijkheid is wel, dat men in een rijdende trein niet zoals met een mobilofoon-auto de gunstigste positie voor een goede overkomst van een gesprek kan opzoeken. Daarom zal het waarschijnlijk nodig zijn, dat de trein-mobilofoon vanuit een centrale post wordt bediend, waar een telefoniste de trein als het ware volgt en overschakelt op een der twintig hoofdposten, die de P.T.T. over het gehele land verspreid inricht.

De N.S. nu laten nieuwe rijtuigen bouwen voor expressetreinen. Deze door Beynes te vervaardigen rijtuigen worden voorzien van allerlei modern comfort, o.a. van een telefooncel, waar de reizigers hun telefoongesprekken over het gehele land moeten kunnen voeren. Het eerst zullen deze rijtuigen lopen in de speciale Diesel-electrische treinen op de trajecten Amsterdam – Enschede, Amsterdam – Maastricht en Rotterdam/Den Haag – Leeuwarden/Groningen. Later wellicht ook in de DS-treinen Amsterdam - Vlissingen. De N.S. hopen nog in de loop van dit jaar het eerste van deze nieuwe rijtuigen op de lijn Amsterdam – Enschede in dienst te stellen.

Maar de technische deskundigen van de P.T.T. schudden nog het hoofd, als zij ons namens de N.S. dit nieuwtje toevertrouwen. Volgens hen zijn nog te veel problemen op te lossen om zekerheid te kunnen geven. Daar is o.m. het vraagstuk van de rentabiliteit. Het zullen hoofdzakelijk zakenlieden zijn, die zich voor dit technische nieuwtje zullen interesseren. Maar zullen zij voor dit comfort de misschien vrij hoge extra kosten over hebben? Dat is al één ding, dat de praktijk moet leren. En zo zet P.T.T. voorlopig nog een domper op de geestdrift van ir Den Hollander met de mededeling, dat het hele geval van de trein-mobilofoon nog in een embryonaal stadium verkeert.

De directie der N.S. spaart zich moeite noch kosten om haar bedrijf zo comfortabel en zo populair mogelijk te maken. Maar aan het vraagstuk van de trein-mobilofoon zitten nog te veel haken en ogen. Daar is b.v. ook nog de materiaalpositie; zal men materialen in voldoende hoeveelheid uit Nederland kunnen krijgen of uit het buitenland moeten betrekken en zullen hiervoor de nodige deviezen worden toegestaan? Maar hoe het ook zij: de spoorwegen willen niet alleen met hun tijd meegaan, zij willen zo mogelijk de tijd een of meer decennia vooruit zijn.

1. Deze tekst is afkomstig uit een plakboek van de heer J. de Niet die bij Werkspoor werkte. Hij onderstreepte dit stukje tekst en zette er letterlijk een vra agteken bij.

Terug naar overzicht