Zuilen van zelfstandige gemeente tot stadswijk. Deel 297:Werkspoorders na 17.00 uur.

De voorbereidingen voor de verhuizing van het Museum van Zuilen zijn al een tijd aan de gang. De beoogde nieuwe locatie is de Werkspoorfabriek op het Werkspoorterrein. Daar gaat het Museum van Zuilen over enkele maanden van start met de tentoonstelling Ons Werkspoor. In de aanloop daarnaartoe vindt u de komende tijd artikelen uit de Werkspoor Courant, de ‘Utrechtse Editie’, waarin de voor Zuilen zo belangrijke fabriek onder de aandacht komt. Dit is deel 42.

Werkspoor Courant 24 maart 1950

Werkspoorders na 17.00 uur.

„Ja, de eerste stappen op het pad van portret- en landschaptekenen en schilderen, werden reeds in mijn prille jeugd, nu een dertigtal jaren geleden, gezet. Reeds op de schoolbanken bleek het, dat ik een bijzondere aanleg voor tekenen had en het is de morele steun van mijn toenmalige onderwijzer geweest, die, door mijn tekeningen aan de muur van het schoollokaal op te hangen, mijn nu zo prettige hobby aanmoedigde.’’

Zo zijn de jeugdherinneringen van J. Hemelrijk, de vrije-tijds-besteder uit de Houtbewerking, als hij ons gaat vertellen over zijn hobby, waarvoor wij ditmaal eens de aandacht vragen in de Werkspoor-Courant.

Een ezel met een nog onafgewerkte tekening er op van een meisje met twee lange vlechten, tal van andere portretten, waarvan sommige met zachte, sprekende tinten zijn opgewerkt en vele landschappen uit de omgeving van Alkmaar, die de langdurige woonplaats van Hemelrijk verraden, getuigen van een met grote liefde en toewijding beoefende hobby. Al pratende wordt ons een schetsboek getoond.

„Ja, dat is één van mijn trouwste metgezellen op mijn fietstochtjes,’’ aldus Hemelrijk. Wordt mijn oog getroffen door een mooi tafereeltje, geeft het mij de gelegenheid om de markante punten even vast te leggen, om dit dan thuis uit te werken.’’

“Dus houdt U zo’n beeld vast?’’

„Ja, en dat te kunnen is één van de voordelen voor de amateur, die n.l. zijn niet al te ruime vrije tijd hiervoor moet benutten, in tegenstelling met de beroepsman, die op de plek kan blijven vertoeven.’’

„U werkt dus eigenlijk in verschillende etappen?’’

„Ja, en wel zo, dat ik begin met de schets uit mijn boek over te nemen op linnen, dan ga ik de onderkleuren er op zetten om daarna te gaan afwerken, waarbij één van de grootste problemen het nadonkeren is. Hiervoor is een goede kennis van te gebruiken materialen, een eerste vereiste. Neem b.v. het aanbrengen van een tintelend effect als van zonlicht in water of zonnestralen door bomen. Naast landschappen in de natuur, schilder ik deze ook wel eens naar ingevingen.’’

Het zou te moeilijk voor ons worden van al deze scheppingen de lezers een beeld voor ogen te toveren, maar wij kregen de verzekering, dat U op de a.s. hobby-tentoonstelling ook van een en ander kunt meegenieten.

Een belangrijk gedeelte van de hobby is ook gewijd aan het portrettekenen en –schilderen. Treffend zijn de gelijkenissen van enkele ook ons bekende modellen. Speciaal de daarin gelegde karaktertrekken verraden ons een meester op dit gebied.

Op de vraag of dit alles door zelfstudie verkregen is, kregen we ten antwoord, dat Hemelrijk lid is geweest van de vereniging „Tintoretto’’ in Heilo, waar zijn aanleg door de kunstschilder Heeck ontplooid is.

Het doet ons genoegen aan een verzoek van de heer Hemelrijk tegemoet te kunnen komen om andere Werkspoor-amateurs op dit gebied te kunnen wijzen op een uitgave van Arti uit Alkmaar „Met Palet en Tekenstift’’ genaamd, waaruit een schat van gegevens voor deze liefhebberij kunnen worden geput tegen een zeer redelijke prijs.

„En... ,’’ zo besluit Hemelrijk, „het is zo goed dat iemand na zijn werktijd er een vrijetijdsbesteding op na houdt, die hem mede inhoud aan zijn leven geeft. Vandaar deze tip.’’ Ook wij waren het daarmee eens. 

Fotobijschrift: „Hemelrijk in zijn atelier.’’

Terug naar overzicht