Zuilen van zelfstandige gemeente tot stadswijk. Deel 314: UTRECHT - ROSARIO sept 1952

Het Museum van Zuilen is verhuisd. Na ruim 10 jaar op de Amsterdamsestraatweg werd de ruimte daar te klein en werd een nieuwe locatie gevonden in de Werkspoorfabriek op het Werkspoorterrein, Schaverijstraat 13. Daar openden we de deur op 1 juli 2020. Voor een bezoek bent u (na de Lock down!) van harte welkom! Maar… boek uw bezoek op onze site www.museumvanzuilen.nl, of bel voor een afspraak: 06 810 366 62.

 

De nieuwe locatie is ingericht met een uitgebreide tentoonstelling ‘Ons Werkspoor’. Op deze site schrijven we over de geschiedenis van de fabriek. Dit is deel 59.

 

Het is bij dit artikel van belang te weten dat Werkspoor in 1952 een zeer grote order kreeg van de Argentijnse Spoorwegen: 400 personenrijtuigen en 90 locomotieven

 

Werkspoor Courant november 1952

 

UTRECHT - ROSARIO sept 1952

In Rosario (Argentinië) is momenteel de Werkspoorgroep gehuisvest, die belast is met de controlewerkzaamheden bij de aflevering van de rijtuigen aan de Argentijnse Spoorwegen.

Wij kregen van een van de Argentinië-vaarders, señor J. Pronk, een brief met het relaas van de zeereis dat wij onze lezers niet willen onthouden.

Op 15 Augustus, ’s middags om twaalf uur, vertrek uit Utrecht. Aankomst in Rotterdam, restaurant ‘‘Atlanta’’ om twee uur. Aanwezig waren de heren Rozeman, Lubach, van der Elst, Twigt, de familie van Aart Bosch en van mij.

Na de thee en de Perl gedronken te hebben, vertrokken wij naar de Schiehaven en hebben daar met z’n allen de ‘‘Rio-Primero’’ bezichtigd. Ongeveer vijf uur was het, toen het gezelschap dat ons uitgeleide gedaan had, weer in de auto’s stapte en de kade afreed en wij ons gingen installeren in onze hut.

Om zeven uur kregen wij het eerste Argentijnse diner. Ten eerste soep; ten tweede in olijfolie gebakken rijst met spiegelei en krentenkoek; ten derde vis en aardappels in citroensap; en ten vierde slagroombroodjes met koffie.

16 Augustus: 8 uur wakker. 8.30 uur ontbijt: luxe broodjes, vruchtenjam, koffie of thee, sinaasappelsap. Om 10 uur Rotterdam even in. Aart heeft getelefoneerd met zijn vrouw, ikzelf stuurde een briefkaart naar huis.

11.30 uur: Telegram van de heren Brandes en Hemmes:

‘‘Goede reis. Vertroetel onze rijtuigen dagelijks.’’

’s Middags 10 voor 4 vertrek uit de Schiehaven. ’s Nachts lichtjes van Engeland.

Zondagmorgen om 8 uur van de 17e Augustus krijtrotsen van Engeland. Prachtig gezicht, vooral wanneer de zon schijnt.

Elke dag: 8.30 uur ontbijt, 12 uur lunch, 4 uur thee-complet, 7 uur diner.

 

Maandag 18 Augustus: ’s Nachts 3 uur Golf van Biskaje. Storm de hele dag tot Dinsdagmorgen 6 uur. Dat was 27 uur achter elkaar. Bij het middageten om 12 uur ging ik met stoel en al achterover en rolde over de kop tegen de wand van de eetzaal, want ze hadden vergeten mijn stoel vast te zetten. Tijdens de storm hebben wij niet meer in de eetzaal gegeten, maar in onze hut. We hebben ons klem gezet tussen de bedden op de vloer en zo van het pluche vloerkleedje gegeten, want daar bleef alles goed op staan. De Argentijnse kelners vonden ons vindingrijk en vonden het leuk ons op hun knieën te bedienen. Wij hadden respect voor deze mensen, want het is een hele kunst om op zo’n dansend schip te bedienen. Het zijn dan ware jongleurs.

De rijtuigen waren goed vastgesjord. Als er één kabel was gesprongen, hadden ze het schip niet kunnen behouden, omdat dan het evenwicht verloren was gegaan en de hele lading aan het schuiven. Het schip was door de storm 24 uur uit de koers geslagen, omdat de voorsteven recht tegen wind in moest en de kop op de golven.

19 Augustus; ’s Middags 5 uur eerste kanariepaar aan boord. Ze waren net zo brutaal als onze huismussen. Na het diner van 7 uur ging het licht uit in de eetzaal en er werd een grote moccataart binnen gebracht met brandende kaarsjes erop die werden uitgeblazen door een jarige passagiere.

Vrijdag 22 Augustus: ’s Morgens om 7 uur liepen we de haven van Las Palmas binnen. Prachtige baai met bergen rondom; tegen de bergen allerlei kleuren huizen, hotels, kerken, palmbomen en rozenstruiken. Het water diep indigo blauw en de lucht hemelsblauw. Van veraf schitterend mooi, van dichtbij vies.

Taxi’s genoeg, allemaal oude vehikels. Bedelaars en bedeljongens ook genoeg. 6.30 uur ’s avonds vertrek uit Las Palmas. Na twee uur varen ontdekt de bemanning een verstekeling die teruggebracht werd en aan de havenpolitie, die met een motorboot langszij kwam, afgeleverd. Om 10.30 uur voor de tweede maal vertrek uit Las Palmas.

 

De 23e Aug. zien we voor het eerst vliegende vissen. Het zijn net haringen, die aan beide kanten lange vinnen hebben, die ook kunnen dienen als vleugels, wanneer er onheil nadert, zodat ze snel kunnen vluchten. ’s Nachts zagen we lichtgevend zeewier. Allemaal kleine balletjes, die flonkeren als sterren.

In de nacht van 26 op 27 Aug. om 1 uur ging er een geweldige knal door het schip.

Een cylinder gesprongen. Het schip ligt stil. De bemanning zal het herstellen.

7 uur in de morgen: Aart Bosch ziet een haai zwemmen. De bemanning neemt een kabel, haalt een vleeshaak uit de keuken, slaat er een stuk spek aan en gooit dat naar de haai. Deze bijt toe, zit vast en de bemanning haalt in. Half boven water slaat hij de kabel stuk met een geweldige klap en gaat er vandoor, een bloedspoor achterlatend omdat hij ook zijn bek kapot getrokken had. Nog een haai. Ze werpen weer een stuk spek; de haai bijt toe en wordt gevangen. Deze keer zit de lijn goed vast en hijsen ze met man en macht dit beest aan boord. Een gevaarlijk spel, want hij zou de hele boel aan stukken slaan. Ze bewerken dit beest met stalen stangen en lange bijlen. Ze hebben reuze lol en dansen van de pret, zelfs de officieren. Het dier blaast van nijd en o wee als die een arm of een been te pakken had gekregen. Om 10 uur hebben de machinisten de machine hersteld en gaan we weer varen.

 

Donderdag 28 Aug. ’s Middags 3 uur passeren wij de Equator. De boot fluit. Alles is aan dek en de manschappen brengen een saluut. Daarna zijn er van allerlei soort wedstrijden waar zowel de bemanning als passagiers aan mee doen. Aart Bosch wint in een van die wedstrijden een 1e prijs.

7 uur Feestdiner. Daarna worden de eetzaal en de rookfoyer ontruimd en is de uitreiking van de prijzen. Aart ontvangt een fles witte wijn. Daarna komt Neptunes, die met veel ceremonieel de certificaten uitreikt aan hen die voor de 1e maal de Equator passeren, dus ook aan ons. Tot 1 uur ’s nachts duurt het feest. Voordragen, dansen, zingen, eten en drinken. De ‘‘Rio Primero’’ band bestond uit 2 accordeons met drum. Na het feest, we hadden ongeveer 2 uur geslapen, dus het was nog midden in de nacht, daar komt de band nog een keer voor ons raam spelen. Wij hadden de enige hut met 2 ramen, waarvan er één op het achterdek zit. Ze denken dat wij niet wakker worden en proberen naar binnen te kijken met behulp van cigarettenaanstekers. Aart gooit met een kussen naar het raam. Dat is het teken dat we wakker zijn.

De deur van de hut doe je in volle zee nooit op slot, dus daar komt de band met nog een man of twintig binnen en we krijgen een paar extra zang- en muzieknummers te horen, terwijl wij rustig op bed blijven liggen.

 

29 Aug. varen wij voorbij een rotseiland dat dient als gevangenenkamp voor gestrafte Brazilianen. Het is daar smoorheet en voor een gewoon mens niet om uit te houden.

1 Sept. varen wij de Golf van Santa Catharina in. Deze is en blijft rustig.

4 Sept. zien we weer land. Dat is Uruguay en om 7 uur ’s avonds lopen wij de haven van Montevideo binnen. Wij liggen amper vast, daar stapt de postbode aan boord en overhandigt ons elk een brief van thuis. Om 9 uur gaan wij de stad al in. Geweldig veel auto’s, lichtreclames. In de haven liggen 2 Hollandse schepen, de ‘‘Ruys’’ en de ‘‘Aldabi’’.

6 Sept. 10 uur ’s avonds vertrek uit Montevideo.

Zondagmiddag 7 Sept. om 1 uur varen we de haven van Buenos Aires binnen en worden begroet door de heren de Niet, Hemmes, de Ruyter en Douwes Dekker, die al eerder daar waren. In de stad Utrecht wordt in een heel jaar niet zoveel gezoend als in een half uur na aankomst van zo’n schip. Na een week in Buenos Aires zijn wij met onze nieuwe rijtuigen naar Rosario gereden, waar de rijtuigen gereed worden gemaakt om aan de Argentijnse spoorwegen afgeleverd te worden.

Señor Pronk eindigt dan met de hartelijke groeten aan de jongens in de werkplaats en sluit daarbij ook de groeten van de andere reisgenoten in.

Terug naar overzicht