Zuilen, van zelfstandige gemeente tot stadswijk. Deel 65

Vervolg van 19 februari 2014

Loopgraven en Schuilkelders in Zuilen

 

Ondertussen is het op de kalender te zien dat we het einde van de jaren dertig naderen. Ook in Nederland was op dat moment de oorlogsdreiging bijna tastbaar aanwezig. Er werden door het Zuilense gemeentebestuur al verschillende maatregelen genomen, waaronder verduisteringsoefeningen.

Een deel van de bevolking maakte zich niet zulke grote zorgen: Nederland was in de Eerste Wereldoorlog toch ook neutraal gebleven, dus het zal allemaal niet zo’n vaart lopen.

Anderen maakten zich juist grote zorgen en vonden dat het gemeentebestuur te weinig actie ondernam voor de veiligheid van zijn burgers. Een bewoner van de Van Hoornekade was niet gerust op de gang van zaken. Hij schreef op 11 september 1939 een brief aan burgemeester en wethouders van Zuilen. Daarin sprak hij zijn ongerustheid uit over het uitblijven van maatregelen van de kant van het gemeentebestuur, 'nu de dreiging van een oorlog zo toeneemt'. De volgende dag(!) stuurde het gemeentebestuur de man reeds antwoord. In die brief stond onder andere, dat er al een begin is gemaakt met het nemen van beschermende maatregelen. Het gemeentebestuur besloot zijn brief met de opmerking: ‘Gelet op de belangstelling die u in deze zaak toont, hebben wij uw naam opgegeven aan de betrokken dienst zodat u binnenkort een oproep zal krijgen behulpzaam te zijn bij het graven.’

(Volgens mij durf je nooit meer een brief te schrijven!)

In de aanloop naar de Tweede Wereldoorlog werden uiteindelijk verschillende loopgraven en schuilkelders gegraven, verdeeld over de hele gemeente. Maar de bewoners hadden soms een eigen kijk op de uitvoering van deze loopgraven. Als we tenminste de schrijver mogen geloven die op 13 september 1939 de pen ter hand nam en het volgende schreef aan:

‘Den Heere B en W te Zuilen,

Geachte Heeren,

En in de eerste plaats stellen wij het zeer op prijs dat er loop graven gegraven worden op het zandt en elders en op het zand is mooi werk, ieder een roept er over, maar als je nu op anderen plaatsen komt, daar is het nog beter van mekaar en wel dit daar hebben ze gras tegen het zand aan gedaan maar op het Zand niet en dat is toch wel gewenscht vint u ook niet. En dan wilde wij eens vragen blijven die gaten zoo maar open leggen. Wij hopen van niet want dat is zeer gevaarlijk. Vooral als het donker is. En dan is het best van elkaar, wij hopen dat alles voor elkaar komt: De Zand bewooners.’

De ‘Zandbewooners’ zijn niet de enige die zich zorgen maken. Ook de inwoners van de wijk Elinkwijk hebben de pen ter hand genomen. De burgervader hoeft wat hen betreft maar te kikken en ze snellen te hulp:

‘Aan de Weled. Heeren B. en W. te Zuilen bij Utrecht,

Geachte Heeren

Wij wilden u toch eens vragen hoe of het toch zit met de schuil loopgraven in onze gemeente waar toch zoo veel inwooners zijn hebben wij hier twee schuilloopgraven is dat niet veel te weineg en dan nog half werk in de ernst volle tijdt. Terwijl op herculesveld half afgewerkt nog zeer gevaarlijk voor onze kinderen ook daar binnen in hele scheuren zitten. Wij zouden dat toch graag veranderd zien al zouden wij daar aan meer moeten hebben. Terwijl er nog zoo veel loopen te stempelen is er geldt genoeg. Mocht er geen werk van gemaakt worden zet u het dan in Zuilen Weekblad. Dan kunnen wij er de minste werk van maken dan schrijven wij wel naar de Haag toe om geldt.

Namens Elinkwijk bewooners.’

Fotobijschrift:

De oorlog dreigt. Dus als je verstandig bent, duw je niet je kop in het zand maar een spade. Zo graaf je dan (samen met de buurtbewoners) een schuilkelder. Deze keer gebeurde dat op de Marnixlaan, in 1939, door Dolf Spengen, de gebroeders Mathijssen, Eef Schoonewille en Kees van Zenderen. De naam van de meest rechtse man met spade is niet bekend.

Terug naar overzicht