Zuilen, van zelfstandige gemeente tot stadswijk. Deel 70

 

10 mei 1940

Dan wordt het 10 mei 1940. De ‘roodgekleurde lucht die zich vult met een gestage stroom vliegtuigen’ staat hoog genoteerd in de top tien van verhalen die we kennen van hen die het hebben meegemaakt. Aan enkele van hen vroeg ik wat hun eerste confrontatie met ‘De Oorlog’ was.

In de Luit Blomstraat woonde de familie Verdèl. Een dochter des huizes vertelde me dat zij in deze nacht wakker werd van het schieten. Ze lag al in bed en was in de veronderstelling met een hardwerkende vader van doen te hebben: ‘Pa, wat maak je toch een herrie met timmeren. Zo kan ik toch niet slapen.’

De heer Jacobs wist het nog: ‘ik werd wakker omdat ik een soort geluid hoorde dat veel leek op een mitrailleur. Wij woonden toen in de Stephensonstraat nummer 3 en tegenover ons was de eerste melkfabriek van Stam gevestigd. In die fabriek hadden ze een stoomapparaat om de melkbussen schoon te maken. Voor deze reiniging moesten de melkbussen op een metalen stellage gezet worden. Het opstapelen van de metalen bussen op deze stalen stellage leek precies alsof er geschoten werd. Maar… ook het geluid van vliegtuigen hoorde ik!

Ik heb toen mijn ouders wakker gemaakt en toen we de gordijnen opengeschoven hadden, zagen wij iedereen uit het raam kijken. Op straat zag het zwart van de mensen. Even later hoorden wij via de radio, dat Nederland in oorlog was met Duitsland. Zo begon voor mij, en vele anderen, de Tweede Wereldoorlog.’

Nog een herinnering, dit keer van de heer W. Schuring:

' ’s Morgens om zes uur werd ik door een boze vader gewekt in mijn slaapkamertje (ik sliep aan de voorkant van de woning Amsterdamsestraatweg 525). ‘‘Hoor je dan niet het gebulder van de kanonnen? Je slaapt weer door alles heen! Het is oorlog!’’ Ik was toen negen jaar en ben altijd een enorme slaper geweest…

… Gek genoeg was mijn vader vlak voor de oorlog een van de weinigen, die geloofden dat de oorlog er zou komen. Op alle slaapkamers stonden grondig ingepakte vluchtkoffertjes klaar. Zo liep ik ’s morgens om zeven uur op straat. Radioberichten hadden het over Duitsers die de Maas afzakten in rubberboten en er waren eindeloze berichten van Duitse vliegtuigen, vliegend in alle richtingen. Vlak boven Werkspoor kwam een Junker transportvliegtuig laag aanvliegen, dat was kennelijk door het afweergeschut in de Lage Weide beschoten. Het vliegtuig maakte een noodlanding. De piloten hielden met pistoolschoten de aanhollende opgeschoten jongens (onder wie een broertje) op afstand.

Er stond een luik open boven in de toren van de St.-Ludgeruskerk, van waaruit een waarnemer van de Luchtbescherming alle gegevens over passerende Duitse vliegtuigen doorgaf. De radio gaf de hele dag berichten door en had het over parachutisten en vliegtuigen, die in het land een zee van onrust veroorzaakten. Er werd ook veel onzin gebracht. Er werd gesproken over parachutisten die verkleed als nonnen en melkmeisjes naar beneden kwamen…

… Dat wij jongens zo goed vliegtuigen konden onderscheiden, kwam door allerlei militaire voorlichtingsboekjes, die wij bij Theo van Eijndthoven kochten. Bovendien spelden we de weekbladen zoals de Panorama en Utrecht in Woord en Beeld. Zij brachten uitvoerige fotoreportages over de oorlog. Later lazen wij ook de Duitse propagandablaadjes zoals Signal en Der Adler.

Wij, jongetjes van negen jaar, waren ’s morgens om acht uur al op het schoolplein aan het Bisschopsplein. Om half negen luidde de schoolbel. Meester Lenstra hield een vaderlandslievende toespraak tot ons en daarna zongen we het Wilhelmus en werden we voorlopig naar huis gestuurd.

Op 13 mei verscheen de oorlog plotseling aan de deur in Zuilen: er stond een kleine auto verlaten op de kruising Sweder van Zuylenweg en Amsterdamsestraatweg en al gauw ging het gerucht dat er drie Duitse parachutisten uitgekomen waren die het Julianapark waren ingevlucht. Uit Utrecht kwam een compagnie infanterie, die zich verzamelde bij het kleine ingangshek tegenover ons huis. Mijn vader stond vanaf het balkon te kijken en werd van beneden door de officier aangesproken. ‘‘Bent u in dienst geweest?’’ vroeg de officier. ‘‘Ja, in 1918.’’ ‘‘Wilt u onze gids zijn in het park?’’ Mijn vader ging naar beneden. Hem werd een revolver in de hand gedrukt (wat overigens in strijd is met het volkerenrecht) en hij ging mee de struiken in. Ja hoor, beweging in het struweel! Een stormloop met gevelde bajonet volgde. Een oude man die het gras voor zijn konijn stond te snijden kreeg de schrik van zijn leven. De parachutisten hadden zich verstopt in drie bomen achter de vossenkooi helemaal achter in het park. De soldaten hebben ze er met een salvo uitgeschoten.

Fotobijschrift: Zo kom je ze niet meer tegen. En dan zeker niet in het Julianapark! Maar de foto bewijst wel dat er in het park niet alleen eenden, herten en konijnen gehuisvest waren, u ziet dat er ook echte vossen ‘ronddoolden’.

Terug naar overzicht