Zuilen, van zelfstandige gemeente tot stadswijk. Deel 71

Vervolg van 2 april 2014

‘Huize Zuylenveld’

‘Huize Zuylenveld’ is een van de buitenhuizen die baron van Tuyll bezit. Aan hem werd gevraagd medewerking te verlenen voor het onderbrengen van de militaire slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog. Daaraan werkte de baron volledig mee.

De strijd bij de Grebbeberg is algemeen bekend, maar ook op andere plaatsen in Nederland vielen gewonden. Een aantal van hen kon niet meer terug zonder revalidatie. Die kwamen in ‘Huize Zuylenveld’ terecht om samen met andere strijders weer ‘op de been’ te worden geholpen. Daar zijn zij niet de hele dag mee bezig. Om te voorkomen dat de ledigheid toeslaat wordt voor vele vormen van vertier gezorgd. Eén vorm is het vervaardigen van een wekelijks (?) stencil dat als informatiekrantje dient. Deze stencils werden gebonden en bewaard. Na een woord vooraf van de heer Broeders (chef van het Rijkshospitaal), worden het huis en de bewoners die op dat moment in ‘Huize Zuylenveld’ woonachtig zijn door één van hen aan de lezer voorgesteld.

‘Z U I L E N V E L D .

’t Hoort onder Oud-Zuilen, ’n plaatsje even oud als klein; ’n “heerlijk” bezit van Baron van Tuyll van Zuilen, getuige het adellijk wapen op de vensters van de meeste huizen. De bewoners zijn meest arbeiders op de oude dorpse pannenfabriek aan de overzijde van de Vecht. Ongeveer een uur vanaf Utrecht wijst een oude verroeste handwijzer aan de straatweg in de richting Zuilen en bedoelt Oud-Zuilen (’n bewijs van z’n ouderdom). Links van de Zuilenselaan ligt de lommerrijke rechte oprijlaan van Huize “Zuilenveld” en met een draai staat ge plotseling voor een vierkant statig huis, ondanks z’n verdiepingen toch nog overschaduwd door reusachtige bomen die links overgaan in een groot park met bruggetjes, vijvertjes en… brandnetels. Rechts van het ronde gazonnetje waarop fleurige blommetjes ’n welkom toeroepen, staat een merkwaardige boom met lange kale horizontaal-lopende reuzentakken die mij altijd doen denken aan een luguber plaatje uit het geschiedenisboek vol met bengelende opgeknoopten. Rechts van de ingang vermeldt een groen bordje de bestemming van het huis:

HERSTELLINGSOORD

NED. OORLOGSGEWONDEN.

“HUIZE ZUILENVELD”

OUD-ZUILEN.

 

O O R L O G S G E W O N D E N.

Neem me niet kwalijk lezer(es) dat ik subjectief ga worden. Ik behoor n.l. ook tot die pechvogels. Er zijn mensen die het als een “eer” beschouwen!! “Men” is zo gauw geneigd ons te omgeven met een aureool van heldhaftigheid. Wij voelen ons allerminst helden, we zijn pechvogels, die net zoveel geluk nog hebben gehad, dat we vaak op het nippertje het hachje er niet bij ingeschoten hebben. We hebben niet minder, maar ook niet meer heldhaftig gevochten als onze vrienden uit de mobilisatie, maar die toevallig meer geluk hebben gehad. Zij zijn zo gauw vergeten… Maar nu we de pisang zijn geworden (waarom zouden we niet militairement blijven) zijn we altijd zeer erkentelijk voor de sympathie van buiten. Medelijden vragen we niet, maar het gevoel dat anderen niet vergeten dat we per slot van rekening niet alleen voor onszelf vochten, doet ons meer goed dan we in onze nuchterheid kunnen doen blijken.

Ons ontstaan als oorlogsgewonden vond plaats in de vreselijke dagen van Mei 1940. Iedereen heeft er zijn ervaringen van, de eene nog gruwelijker dan de andere, maar we praten er niet graag over… We kwamen in allerhande ziekeninrichtingen, zelfs over de grens en ten slotte in het Militair Hospitaal in Utrecht, waar de doktoren ons oplapten en nog van ons maakten wat er van te maken viel. Enfin.

Dank zij de kundigheid van de heren doktoren en de zorgen en toewijding van het verplegend personeel knapten we zover op dat we weg mochten naar een herstellingsoord. Ze noemden ons reconvalescent. In die hoedanigheid werden we op een goeie morgen vanuit het hospitaal uitgeleide gedaan en deden we onze “intrede” op “Zuilenveld”.

Aan een “intrede” al is het zelfs in den “Houwelijcken staat” zitten nu eenmaal conventies vast, als kennismaking, inschrijving, omschrijving enz. Maar over deze stijvigheden worden we gauw heen geholpen door de buitengewoon hartelijke ontvangst van Mevr. Sillevis en den vaderlijken Majoor Rooyakkers, die zijn pappenheimers onderhand wel kent en veiligheidshalve ons onder bedekte termen mededeelt dat hij verwacht dat we ons aan de regels van het huis houden; en vriendelijk voegt hij er geruststellend aan toe, dat de deur van het hospitaal nog altijd voor ons open staat.

Wij bedanken…

In de kantine zitten de “jongens” gezellig om het houtvuur geschaard, want buiten vriest het dat het kraakt. Ze schuiven de stoelen een beetje in, we schuiven aan in de rij en we zijn ingeburgerd…

We zijn nu immers ook van de familie!...’

Zo heeft u een aardig beeld gekregen van ‘Huize Zuylenveld’. Het was een wisselend gezelschap. Als een patiënt voldoende hersteld was, moest hij plaatsmaken voor een volgend slachtoffer. Dat ging met verdriet gepaard, want het verblijf in ‘Huize Zuylenveld’ was een luxe leventje in een zeer vervelende tijd. U kon al tussen de regels door lezen dat de heren naast het revalideren ook veel plezier beleefden aan hun aanwezigheid daar. Niet in de minste plaats omdat er goed voor hen gezorgd werd. Niet alleen op ‘Huize Zuylenveld’ zelf, de patiënten werden ook onthaald op uitstapjes en allerlei excursies. Zo ging op een dag een aantal bewoners naar de North State sigarettenfabrieken om eens te kijken hoe sigaretten werden gemaakt.

Over deze uitstapjes lezen we in een ander stencil: ‘We zijn meerdere malen nog uit geweest. De Tram-Harmonie en het Tramkoor uit Amsterdam zorgde omstreeks Pasen voor een geweldige dag ter gelegenheid van hun jubileum en organiseerde een prachtige boottocht naar Enkhuizen. Mhr. Hagenau kwam ons op een goede morgen halen voor een prachtige Veluwetocht naar het Uddelermeer, Apeldoorn en Arnhem. Dagen daarna werd er nog steeds over gepraat. Met Mevrouw Sillevis gingen we wel eens naar de Schouwburg. Maar om al onze uitstapjes te beschrijven zou me onmogelijk zijn.’

Deze verzameling stencils (in boekvorm gebundeld) kreeg ik begin 1999 van een mevrouw uit Bennekom. Zij kende de heer en mevrouw Rosenbrand-van Dokkum goed en vond dat dit deel van de persoonlijke gegevens het waard was om bewaard te blijven. De heer Rosenbrand was verpleger in ‘Huize Zuylenveld’ en zat ook in het verzet. Ik kreeg van die mevrouw uit Bennekom niet alleen de papieren geschiedenis, zij gaf mij ook enkele artikelen die de heer Rosenbrand kreeg ter herinnering aan zijn verblijf in ‘Huize Zuylenveld’. Die sieren de collectie van het Museum van Zuilen.

Fotobijschrift: Er zijn genoeg foto’s die onderdelen van dit schitterende stukje Zuilen in beeld brengen. De brug, het sluiswachtershuisje van de heer Schuilenburg, het bos ‘Groenhoven’, de Vecht, alles was al eens in beeld. Maar zo mooi als de bewoners van ‘Huize Zuylenveld’ deze compositie in beeld krijgen als zij uit de dakkapel kijken, kreeg ik nog niet eerder voor de verzameling. Totdat de heer Lith mij (en waarschijnlijk u ook) verraste met deze foto.

Terug naar overzicht