Zuilen, van zelfstandige gemeente tot stadswijk. Deel 93

Bijltjesdag Deel I

De oorlog is voorbij, de strijd gestreden. Maar het einde van de oorlog hield ook in dat er afgerekend moest worden met de foute elementen in de samenleving. Dat werd op uitgebreide schaal gedaan. Mensen die jaren door bepaalde NSB’ers getiranniseerd werden, kregen eindelijk de mogelijkheid van genoegdoening. Vrouwen die zich te veel met de Duitsers hadden ingelaten werden dikwijls publiekelijk kaalgeschoren én aan de mensen getoond. De grootste schurken kregen meestal de grootste aandacht.

Een inwoner van Zuilen schreef in zijn herinneringen: ‘Er waren op Zuilen eigenlijk niet zoveel foute figuren.’ Daarmee is niet gezegd hoe erg fout deze figuren waren. Ene ‘T.’ die op ’t Zand woonde, schijnt het erg bont gemaakt te hebben. Dezelfde inwoner vervolgt: ‘T. was lid van de SD, de Sicherheitsdienst. Drie Elinkwijkers hebben – na spertijd – hem een keer opgewacht om, zoals dat toen heette, hem te liquideren, maar hij verscheen niet. Daarna zijn geen pogingen meer gewaagd.’ Deze geschiedenis is een goed voorbeeld van dat de regering in ballingschap zich niet voor niets zorgen maakte hoe het na de oorlog verder moet.

Al heel lang besefte deze regering, dat moest worden voorkomen dat men na de bevrijding het recht in eigen hand nam. De misdaden die foute Nederlanders in de oorlog begingen, moesten uiteraard bestraft worden. Wie was fout? Wie praatte zijn straatje schoon? Wie kon zich terecht beroepen op medewerking aan het verzet? Er werden in bijna alle gemeenten in ons land adviescommissies in het leven geroepen die heel wat werk moesten verzetten. In de TROUW van 4 augustus 1945 staat hoe de commissie van Zuilen is samengesteld.

‘GEMEENTE ZUILEN.

ADVIESCOMMISSIE VOOR DE ZUIVERING.

De COMMISSARIS DER KONINGIN in de Prov. Utrecht heeft een commissie benoemd, welke tot taak heeft hem van advies te dienen omtrent de toepassing van het Zuiveringsbesluit ten aanzien van het personeel der gem. Zuilen. Deze commissie is als volgt samengesteld:

D. UDO, wnd. Burgem. der gem. Maartensdijk, voorz.

JOS. VELDMAN, wnd. Burgem. der gem. Zuilen.

M.R. v. d. MOLEN, te Utrecht.

H.N. v. d. BERG. te Loosdrecht.

J. JONGH, te Zuilen.

Ieder, die een bedrage kan leveren voor een juiste beoordeeling van het gedrag van het personeel in dienst der gemeente Zuilen gedurende het tijdvak van 10 Mei 1940 tot 6 Mei 1945, wordt in de gelegenheid gesteld deze bijdrage schriftelijk en onderteekend (met vermelding van volledigen naam en adres) vóór 15 Augustus a.s. in te dienen bij de commissie, welke haar zetel heeft ten gemeentehuize te Zuilen. De aandacht wordt er op gevestigd, dat het gaat om bewijsbare feiten en dat valsche aanklachten aanleiding kunnen geven tot vervolging wegens laster. De geheimhouding omtrent ingebrachte stukken wordt verzekerd.

Zuilen, 31 Juli 1945. De Burgemeester van Zuilen,

J. VELDMAN. wnd.’

Het lijkt een overbodige kreet dat ‘valsche aanklachten aanleiding kunnen geven tot vervolging wegens laster’. Maar zelfs burgemeester Norbruis kwam ternauwernood door de zuivering. Hij was door de bezetter van zijn ambt ontheven. Dit verdient enige uitleg: onze burgemeester heeft in de oorlog een baan die onder voortdurend toezicht (en kritiek) van de bezetter staat. Dat geeft nogal wat druk en hoe haal je die het best van de ketel? Even een slokje drinken op de goede afloop in je stamcafé. Het stamcafé van de Zuilense burgemeester was het Julianapark-restaurant. Daar heeft de heer Norbruis op een keer erg veel druk van zich afgedronken. Hij kwam zoals dat heet ‘boven zijn theewater’ en uitte onverbloemd zijn voldoening over het feit dat de Duitsers de slag bij Stalingrad verloren hadden en daarmee uiteindelijk de hele oorlog zouden gaan verliezen. Hij werd vrolijker dan betamelijk was in de ogen van de bezetter. Daarop werd hij verraden en vervolgens ontslagen.

NSB-burgemeester Th.A. Dijksman verving hem vanaf 23 december 1944. Na de bevrijding werd de heer J. Veldman tot burgemeester van Zuilen benoemd… de heer Norbruis moest eerst door de zuivering zien te komen. Er werden namelijk nog meer beschuldigingen tegen hem geuit. Zo zou hij zijn oren te veel naar de wensen van de Duitsers hebben laten hangen. Hij heeft bijvoorbeeld ‘aangegeven waar de Duitsers affiches mochten ophangen’ en dat werd uitgelegd als ‘samenwerken met de vijand’. Uiteindelijk werd de burgemeester gerehabiliteerd. Onder andere het feit dat hij niet met de collectebus van ‘Winterhulp’ heeft gelopen, sleept hem erdoorheen.

In veel gevallen was het heel eenvoudig de foute landgenoten te herkennen: de heer H.H.J Steeman bijvoorbeeld stak zijn sympathie voor de NSB bepaald niet onder stoelen of banken. Hij was eigenaar van een ‘fruithandel en chocolaterie’ aan de Amsterdamsestraatweg 435. Een winkeltje met een zij-etalage. In die etalage hield de heer Steeman op een landkaart met hakenkruisspeldjes de vorderingen van het Duitse leger bij.

Fotobijschrift:

Na de bevrijding werden verschillende leden van de NSB opgepakt. Deze arrestaties konden zich op een grote belangstelling van de omgeving verheugen. Logisch, de mensen zagen eindelijk gerechtigheid voor het leed dat hen werd aangedaan. Hier zien we een arrestatie van een NSB-er. De meest rechtse persoon is de heer Forger, lid van Sport Vereent en in de oorlog lid van de B.S.

Terug naar overzicht